h1

HGSR Afscheidsrede

juni 27, 2008

 

 

 

Beste vrienden,

Beste sympathisanten,

 

Accenten leggen. Daar draait het om. Ik richt met plezier, en voor het laatst als voorzitter van de HGSR, een paar woorden tot jullie.

 

Dames en heren,

Schoonheid is begeerlijk. Dat moet ik jullie niet vertellen. Schoonheid is overal ook in elkeen van jullie. Maar schoonheid wordt zelden in verband gebracht met organisaties, laat staan met publieke organisaties. Toch is het me de afgelopen jaren vaak opgevallen hoe schoon de Hogeschool Gent wel is. Niet in stenen, lokalen of afgeleefde grasperkjes maar in haar populatie. Door haar opleidingaanbod biedt de HoGent namelijk een kleurenpallet aan mogelijkheden aan. Is het nu ingenieurswetenschappen, hout, handelswetenschappen, instrumentenbouw, sociaal werk,  leerkracht lager onderwijs of vertaler tolk spaans-tsjechisch onze hogeschool biedt het allemaal aan. Dat zorgt er natuurlijk voor dat je, meer dan in de meeste andere hoger onderwijsinstellingen in Vlaanderen, een ongelooflijke diversiteit aan persoonlijkheden te bewonderen krijgt. U zal wel begrijpen dat dit niet altijd evident is wanneer je in een vergadering zit. Een muzikant benadert de zaken nu eenmaal anders dan een ingenieur en een bestuurskundige zal al rapper een WG, een cel of een dienst aan een organogram toevoegen dan een voedings- en dieetkundige. Die laatste dien ik door die slopende twee jaar best eens te bezoeken. Maar dit natuurlijk geheel terzijde. Die diversiteit aan benaderingen, die creativiteit is voor een studentenraad ongelooflijk belangrijk. Niet alleen opent het vensters op de wereld maar zorgt het tegelijkertijd voor een veelheid aan oplossingen op potentiële dilemma’s. Dat de schoonheid van onze diverse studentenpopulatie ook een troef kan zijn in het beleidsmatige wordt mijns inziens te vaak onderschat. Beleid is geen steriele, haast klinische bezigheid maar een realiteit waar mensen zich dagdagelijks doorheen bewegen. In die zin heeft de HGSR absoluut een cruciale functie te spelen. De schoonheid van de participatie zit aldus niet in haar bestaan op zich, maar in haar studenten die de rechten en plichten van de studenten verdedigen teneinde te komen tot een herkenbaar beleid waarin het aangenaam vertoeven is.

 

En ja, het was aangenaam dit jaar. Naast de plichtplegingen en de vele vergaderingen (voor de HGSR alleen al zo’n 14) vond ik het steeds belangrijk dat er ook ruimte was voor amusement. Let vooral op het eufemisme. Hoe vaak hebben we niet gezegd: “We zijn tenslotte nog studenten”. Studentenraden hebben al een saai imago…het mag dus best wat meer zijn. En meer, dat was het wel. We organiseerden of waren partner in maar liefst 13 studentikoze activiteiten. Er werd geflitst en gepilst dat het een lieve lust was en telkens opnieuw met een overgave die doet denken aan de geallieerde troepen op D-Day. Deze momenten koester ik alvast met heel veel geborgenheid want het zorgde ervoor dat ik, en ik denk met mij alle stuvers hier aanwezig, ongelooflijk veel nieuwe mensen leerde kennen. Sommigen zijn zelfs vrienden voor het leven geworden. Voor hen, en voor iedereen hier aanwezig besluit ik met volgend zelfgeschreven gedicht:

  

In dit circus van vertier

In deze roes van geluk.

In deze traan van emotie.

 

Bij deze dans om de passie

Bij dit gebed om extase.

Bij dit spetterend geheel

 

Is het de tijd die stilstaat.

Is de muziek het kloppen van mijn hart.

Is jullie energie mijn drive.

 

Ik hef mijn armen omhoog

en wilde dat ik zo alles en iedereen

omvatten kon om hen te

vertellen…

Hoe krachtig dit alles is.

 

 

Bij deze wil ik iedereen van harte bedanken voor de fijne samenwerking. Wees trots op wat jullie verwezenlijkt hebben en laat het een inspiratie zijn voor wat nog komen moet. HGSR het gaat je goed!

 

h1

Ontsproten aan de geest

juni 23, 2008

(Impressie van een doorsnede overvol nachtelijk hoofd. )

 (Portus Ganda by night…ideaal om zinnen te verzetten en komma’s te plaatsen)

 

Duizend gitaren in mijn hoofd, de ene al beter gestemd dan de andere. Getokkeld en geslingerd tussen heen en weer,heden en toekomst. Daar, in de verte, een serenade die weerklinkt op de vettigste zinsneden zoals alleen een west-vlaming zijn geliefde bemind.

De dag ontsproten aan duizend en één grasstengeltjes. Gekust en omhelst door die sliert van nevelig verdriet. De nacht ging door het tranendal en ik, ik bezat me met mijn vrienden, lach me een breuk en tier totdat de zon me weerom ziet.

Want daar lonkt een nieuwe wereld, een nieuw verhaal maar de verteller doet het niet. Wij zijn de jeugd van heden en weten met deze wereld geen blijf. Wij zijn de stem van morgen en communiceren is ons verdrijf. Sta op, slampamper, en neem het boek ter hand. Laat ons samen de eerste zin aanvatten en de rest. Ja, de rest. Dat zien we dan wel.

h1

USA: Spring Break: De week dat alles mag!

juni 12, 2008

Ziehier mijn eerste reportage over ons aankomend avontuur in de Verenigde Staten. Puur toevallig was ik wat aan het lezen in een stapeltje oude Knacks toen ik onderstaand artikel tegen kwam. Het geeft een goede beschrijving van het evenement Spring Break. Elk jaar komen namelijk duizenden studenten in Panama City samen om er te zondigen tegen alcohol, seks en drugs. Een ontluisterend beeld van een losgeslagen stukje american brains. De journalist had ook contact met een Gentse studente, Dominiek L. van Troy University. Deze studente studeerde eveneens aan ons departement en maakte dit jaar gebruik van de Complementaire Internationale Studies (CIS). Na het lezen van dit artikel ben ik er nog meer van overtuigd dat we dringend eens moeten afspreken met haar.

Het begin van de lente gaat in de Verenigde Staten gepaard met een vreemd, bij ons nog onbekend fenomeen: de Spring Break. Begin april haasten honderdduizenden studenten zich naar een kleine badplaats in Florida met slechts één doel: uitzinnig uit de bol gaan. In Panama City Beach zondigen ze tegen zowat alles wat verboden is: seks, alcohol en drugs. Een onthutsend portret van jong studerend Amerika.

 

Het plaatsje is idyllisch. Een kristalheldere zee. Zandbanken zo ver het oog reikt. De mooiste van Amerika, wordt gezegd. Uitgestrekt op ligstoelen genieten gepensioneerden van de zachte warmte van Florida. Straks zullen ze moeten wijken voor horden jongeren, hun auto’s komen de stad al ingestroomd. De invasie van Panama City Beach is begonnen en zal duren tot half april. Elk jaar opnieuw wordt het badplaatsje een maand lang ondergedompeld in een zwoele, koortsachtige sfeer. 

 

Het is een ware volksverhuizing. Duizenden, honderdduizenden jongeren komen vanuit alle hoeken van de Verenigde Staten hiernaartoe. Ontelbare bussen, cabriolets, jeeps en campers. Alle hotels in de stad zijn al maanden van tevoren volgeboekt. ‘Spring Break’ heet dit eigenaardige ritueel, deze collectieve mythe. Meer dan een miljoen studenten komen in deze periode in ‘de hoofdstad van Spring Break’ logeren.             

 

Op een kruispunt in het centrum van de stad heeft zich een kleine menigte gevormd. De gemoederen raken verhit. ‘Homoseksualiteit is een zonde!’ wordt er naar de jongeren geroepen, ‘loop naar de hel’ en ‘jullie zijn het gelaat van de hel op aarde’. De antwoorden blijven niet uit: ‘Achterlijke incestplegers’, ‘gedegenereerde debielen’ en ‘als jullie zo onverdraagzaam zijn hebben jullie de Bijbel nooit gelezen!’. Groepjes van religieuze evangelisten staan met borden te zwaaien en slingeren de studenten die in de auto’s langsrijden allerlei verwijten naar het hoofd. De jongeren, soms halfnaakt op de achterkap van hun pick-up, zijn uitgelaten, en kussen elkaar halfdronken op de mond. Ze aarzelen niet om de betogers van antwoord te dienen. De politie van Panama City Beach grijpt snel in en drijft de kleine manifestatie uit elkaar, voor een en ander uit de hand kan lopen. ‘Welkom in Panama City Beach’, zegt een van de politiemannen lachend. Dat is ook Spring Break: de onwaarschijnlijke ontmoeting van twee Amerika’s.       

 

 

       

 

Panama City Beach en Florida behoren immers tot de zogenaamde Bible Belt, de zuidoostelijke staten van Amerika waar het christelijk fundamentalisme hoogtij viert. Na acht jaar George W. Bush staan de conservatieve religieuze groepen sterker dan ooit in de VS. Het evangelisch protestantisme telt nu ongeveer 70 miljoen leden. Het is een brede beweging in volle expansie, die strijdt tegen het homohuwelijk, abortus, euthanasie en de secularisatie van de maatschappij. De grote meerderheid van de leden woont in het zuiden van het land.            

 

De meest overtuigde evangelisten baseren hun leven op de letterlijke lezing van de Bijbel. Anderen noemen zichzelf ‘born again’ en erkennen Jezus als hun redder. Voor hen symboliseert Spring Break het zedelijk verval van de Amerikaanse jeugd. Jim Hawkson, vader van zeven kinderen en een van de betogers op het kruispunt, vat de situatie samen: ‘Als het bergaf gaat met Amerika, dan is dat de schuld van die jongeren.  Ze geloven niet in Jezus, de redder van ons allemaal. Het enige wat hen interesseert, is de hele dag door neuken met verschillende partners. Ze houden echte orgieën. Wij doen al het mogelijke om die zonen en dochters van Satan tegen te houden. Hun ziel kan nog worden gered.’             

 

De Spring Breakers zijn evenwel geen gangsters of paria’s van de Amerikaanse samenleving. Integendeel. Ze komen van alle universiteiten van het land, soms zelfs van de meest prestigieuze zoals Columbia, Harvard, Cornell, Princeton… Voor het merendeel van de studenten duurt hun lentetripje maar een dag of vier, maar dat maakt het allemaal des te intenser. Ze vullen hun dagen met alcohol, seks en drugs, en tasten hun grenzen af. Het populairst is daarbij zonder twijfel het ‘comazuipen’, drinken tot je niet meer kunt. Elke avond worden tientallen studenten in een staat van alcoholcoma naar de spoedafdeling van het plaatselijke ziekenhuis overgebracht.            

 

In LA VELA, de beroemdste en grootste nachtclub van de VS, verdringen zich meer dan zesduizend jongeren rond de 51 bars, 14 dansvloeren en twee zwembaden. Er is zelfs een zaal voor minderjarigen, waar alcohol verboden is. Dominiek L. bezoekt LA VELA voor ‘t eerst. De 22-jarige Gentse studeert internationale betrekkingen in Troy in Alabama. Ze heeft meer dan 12 uur gereden om hier te komen fuiven. ‘Ik moest dit toch één keer in mijn leven gezien hebben. Ik heb er zoveel over horen vertellen. Hier draait alles om seks en alcohol. De Amerikaanse maatschappij is eigenlijk heel repressief en jongeren zijn niet zo vrij als men vaak denkt. Maar hier kunnen ze al hun angsten en haat enkele dagen achter zich laten.’

 

Op het strand en in de hotelkamers begint het drinken rond de middag, en het gaat door tot in de vroege uurtjes. De jongste studenten hebben zelfs valse identiteitspapieren om aan alcohol te raken. In Florida, zoals in de meeste staten van de VS, moet je 21 zijn om alcohol te mogen drinken. De wet is streng, maar de politieagenten zijn net als de plaatselijke middenstand erg vriendelijk, de zaken varen er immers wel bij. De meest gehoorde slogan bij de handelaars is: ‘Get smashed, but don’t trash’, drink je lazarus, maar hou ‘t netjes.            

 

‘Je moet die jongeren begrijpen’, zegt Dominiek. ‘Je beseft niet hoeveel beter wij af zijn in België. Het inschrijvingsgeld aan de universiteit is bij ons voor iedereen betaalbaar. In de VS is dat helemaal niet het geval. Een jaar studeren aan de universiteit kan je makkelijk 60.000 dollar of meer kosten. Jongeren werken keihard en moeten vaak geld lenen om hun studie te betalen. Op 20-jarige leeftijd hebben ze al een zware last op hun schouders, en veel van hen doen er jaren over om hun schulden af te betalen. Dat verklaart waarom ze zich in de Spring Break zo buitensporig gedragen. Ze willen de klok rond zoveel mogelijk plezier maken. Want zodra het voorbij is, weten ze heel goed wat hen te wachten staat.’

 

Tijdens de Spring Break zijn de avon- den lang en zwoel. Wanneer ze  terugkeren van de nachtclubs, zo tegen twee, drie uur ’s morgens, lopen de meisjes vaak halfnaakt door de hotelgangen. ‘Het is vooral dan dat het gebeurt. Iedereen is dronken’, vertrouwt de jonge Amerikaan Marco ons toe. ‘Het is fantastisch hoe je hier zulke verbondenheid voelt tussen de studenten. Iedereen helpt elkaar, de sociale barrières verdwijnen. Je komt hier niet alleen om feest te vieren, maar ook om een netwerk op te bouwen. Alle contacten die we hier leggen tijdens de Spring Break, zullen we later gebruiken op de arbeidsmarkt.’

 

In Panama City Beach wordt de alcoholwetgeving laks toegepast. De stad riep enkele jaren geleden een speciale rechtbank in het leven, de ‘Spring Break Court’, uitsluitend om zaken met de studenten af te handelen. Als ze schuldig pleitten, konden ze tijdens hun verblijf gemeenschapswerk verrichten, meestal helpen met de vuilophaling. Dat had een dubbel voordeel voor de jongeren: hun ouders werden niet gewaarschuwd en de veroordeling kwam niet op hun strafblad.  Vorig jaar nog profiteerden 1208 studenten van de procedure. Maar na protest van enkele verenigingen die strijden voor de gelijkheid van kansen werd deze ‘rechtspraak met twee snelheden’ afgevoerd. Dominiek is niet dom: ‘Het systeem is erg hypocriet. Fuiven jullie maar, zegt de overheid, laat jullie maar ’s goed gaan. We knijpen wel een oogje dicht. Zo krijg je de indruk dat de politie ongeveer alles toelaat tijdens de Spring Break.’

 

De plaatselijke politie mag dan laksheid verweten worden, het is duidelijk dat ze niet over genoeg middelen en manschappen beschikt tijdens de studenteninvasie. ‘Het gebeurt dat we tot veertig tussenkomsten per dag hebben’, berekent burgemeester David Humphreys Jr. ‘Je hebt niet alleen alle uitspattingen van de jongeren zelf. Er zijn ook veel seksmaniakken die, aangetrokken door al die jonge meisjes in bikini, vanuit alle hoeken van de VS hierheen komen.’

 

Dit jaar was een verkrachtingszaak hét onderwerp van gesprek. Shawn Wuertley, een bewaker die werkt voor de Sandpiper Beach Resort, forceerde de kamerdeur van een studente van 18 jaar. Hij verkrachtte haar en gooide haar vanaf de zesde verdieping van het balkon naar beneden. Een jaar eerder stierf een politieman toen een student op hem schoot. De kogel doorboorde zijn kogelvrij vest.

 

In Panama City Beach praten ze liever niet over die zaken. Iedereen trekt op de een of andere manier immers voordeel van de Spring Break. In de eerste plaats de politie zelf: zodra hun dienst erop zit, begint voor de agenten een tweede werkdag. Nog steeds in uniform, rijden ze met hun dienstwagen naar de ingang van bars en dancings en spelen luxebuitenwipper. Het belangenconflict is overduidelijk: ze gebruiken hun officiële dienstmateriaal voor privédoeleinden en worden betaald door de mensen die ze overdag in het oog moeten houden. Maar iedereen wordt er beter van. De sheriff, de politieagenten en de uitbaters van de clubs.

 

Ook de reclamejongens eisen in Panama City hun deel van de koek op. De studenten zijn dan ook een ideale doelgroep. ‘We willen jullie feest niet vergallen. We willen enkel dat jullie gezond blijven zodat jullie volgend jaar kunnen terugkomen.’ Deze boodschap, die door het stadsbestuur zowat overal wordt geafficheerd, vat het lokale beleid goed samen. De financiële belangen zijn enorm. In één maand investeren adverteerders hier meer dan 150 miljoen dollar. Het komt erop aan om de jongeren op een zo origineel mogelijke manier te verleiden, want deze leeftijdscategorie heeft doorgaans een hekel aan de traditionele vormen van reclame.

 

Open auto’s beschilderd met logo’s en met bloedmooie meisjes en jongens op de achterbank cruisen door de straten. Vliegtuigen trekken grote spandoeken door het luchtruim. En het strand is één groot jachtterrein van merken. Overal zie je standjes, hostesses in bikini, spelletjes allerhande. Iedereen probeert de jongeren voor zich te winnen. Van de werknemers van een condoommerk die duizenden pakketjes uitdelen, via de tandpastastandjes aan de ingang van de nachtclubs tot de campagnemedewerkers van Obama, Clinton of Mc Cain. 

 

De marketing draait op volle toeren. ‘In Spring Break afwezig zijn, zou zelfmoord zijn’, stelt de woordvoerder van een bekend biermerk. ‘Je moet een hyperagressieve aanpak hebben. Als studenten hier ons product leren kennen, zo blijkt uit onderzoek, zullen ze het hun hele leven blijven drinken.’ Het Amerikaanse leger weet ook hoe belangrijk Spring Break is. Hoewel het steeds meer moeite heeft om soldaten te ronselen voor Irak, lanceert het een grote verleidingsoperatie op het strand van Panama City Beach. Als je bij de reusachtige rekruteringsstand je naam en adres hebt opgeschreven, krijg je daarna alles gratis: interactieve videogames, een gevechtsparcours op ware grootte, rodeo, geschenken… Voor de verbaasde blikken van de meisjes en de jaloerse van de jongens worden zelfs parachutisten op het strand gedropt.

 

Een week lang is iedereen gelijk in Panama City Beach. De studenten, van welke universiteit of achtergrond ze ook komen, ontmoeten elkaar op het strand - de jongens in bloot bovenlijf, de meisjes in bikini. Ze zijn gebruind, geëpileerd, gespierd en vooral gepiercet en getatoe-eerd. Naar Panama City Beach kom je niet om aan je lichaam te werken, maar om ermee uit te pakken. Het kan niet mooi genoeg zijn. Spring Break is een gigantische uitspatting, typisch Amerikaans van omvang, maar het zou verkeerd zijn te denken dat het louter om een groot feest voor bevoorrechte studenten gaat. Spring Break is meer dan dat. Het maakt deel uit van de twintigste-eeuwse Amerikaanse cultuur, het is een eerste verboden avontuur onder vrienden dat je ver van huis en je ouders beleeft, als een overgangsritueel naar de volwassenheid. Spring Break toont ook een Amerika dat volledig het tegendeel is van de conservatieve en puriteinse samenleving die George W. Bush voor ogen stond. Een Amerika dat zichzelf niet wil zien zoals het eigenlijk is.

 

 © Roularta Media Group

 

h1

Gezien: La Forza del destino (Verdi)

juni 4, 2008

La Forza del destino (1862/1869) vertelt het verhaal van een onmogelijke liefde, van racisme, dood en wraak in het Spanje en Italië van het midden van de 19de eeuw. Een echte uitdaging voor regisseurs, al was het maar door het grote aantal scènes, de verschillende locaties, de vele onvoorziene wendingen en het feit dat het verhaal zich over meerdere jaren afspeelt.

Verdi creëerde La Forza del destino op vraag van het nagelnieuwe Mariinski-theater in Sint-Petersburg in 1862. Hij wilde echter bepaalde dramaturgische en muzikale aspecten herwerken en maakte een nieuwe versie van het vierde en vijfde bedrijf die hij in 1869 voorstelde in de Scala van Milaan. Het is ook deze tweede versie die wordt gebracht onder leiding van Kazushi Ono.

Voor de verjaardag van mijn moeder nodigde regisseur en vriend aan huis Dirk Tanghe ons uit in De Munt in Brussel om haar te verrassen. En ja hoor, wat was ze in de wolken. Je zou voor minder. We hadden de beste plaatsen, centraal voor de scène en op éénderde van de parterre. Ideaal! De opera zelf was me niet geheel onbekend. Vooral het motief had ik al vaker gehoord. Toch was het voor mij de eerste échte live-kennismaking met opera. De ervaring was heel boeiend, zeker de situationele omstandigheden. Sopranen en baritons die drie uur lang het beste van zichzelf geven, technici die overal zijn maar toch onzichtbaar blijven, het schitterende plafond in De Munt en natuurlijk de muzikanten die verdoken in de orkestbak tevens wereldniveau halen.  Fabuleus!

(Het prachtige plafond en de indrukwekkende luster van De Munt)

Live-opera heeft echter ook een bevreemdend iets. Door de zanginspanning is het acteerspel nogal statisch, soms zelfs lachwekkend. Het is echter niet meer dan begrijpbaar. Aan de andere kant vond ik de enscenering héél sober gehouden, soms iets té. Van Dirk zijn we normaalgezien groteske taferelen gewend. Deze bleven nu uit. Ook zijn decorkeuze vond ik soms bedenkelijk. Zo begint de derde akte in een omvergeschoten bos waarbij de korte boomstronken me eerder deden denken aan Les Misèrables. Niet bepaald iets dat je dus verwacht in de opera dus. Toch zaten er stukken van genialiteit in. De sopraan was absoluut om kippenvel van te krijgen en ook de belg José Van Dam leverde een puike prestatie. De slotscène was zonder meer adembenemend.

Het bezoek aan de opera was een echte voltreffer. Het benadert het dichtst meegenomen worden in een droom waaruit je na drie uur prachtige muziek ontwaakt. Een ervaring waarvan ik hoop dat het niet bij één keer zal blijven.

h1

Pers: Hogeschool Gent wil integratie met Universiteit Gent

juni 2, 2008

“In het licht van de herstructurering van het hoger onderwijs is voor de Hogeschool Gent een volledige integratie met de Universiteit Gent de meest logische keuze.” Dat zegt de Hogeschool in een persbericht waarin het de strategische opties voor 2008-2013 van de raad van bestuur toelicht. Tegen het academiejaar 2013-2014 zou de integratie gerealiseerd moeten zijn. De Hogeschool Gent (HoGent) moet haar toekomstplannen wel nog bespreken met de Universiteit Gent (UGent).Door de integratie zouden alle professionele en academische opleidingen van de HoGent geïntegreerd worden binnen de UGent. Frans Verheeke, voorzitter van de raad van bestuur, vindt dat in die wederzijdse integratie de grootste maatschappelijke meerwaarde ligt.
Algemeen directeur Robert Hoogewijs van de HoGent stelt wel een aantal voorwaarden. “We vragen een identieke financiering voor alle academisch gerichte opleidingen en een voldoende financiering voor de professioneel gerichte opleidingen. Ook moet de eigenheid van onze opleidingen bewaard blijven, vooral dan de praktijkgerichtheid en de directe inzetbaarheid van onze afgestudeerden. En last but not least mag ons personeel niet het slachtoffer worden van de integratie.”

Volgens communicatieverantwoordelijke Johan Persyn is het voorstel te vergelijken met de Hogeschool-Universiteit Brussel, een fusie tussen de Brusselse hogescholen EHSAL, VLEKHO, HONIM en de Katholieke Universiteit Brussel.

Voor de kunstopleidingen kiest de HoGent voor de oprichting van één Vlaamse kunstenuniversiteit die alle huidige kunstopleidingen verenigt. Mocht dat niet lukken wil de hogeschool de kunstopleidingen mee opnemen in de integratie.

Samen met de Arteveldehogeschool en de Hogeschool West-Vlaanderen maken de HoGent en de UGent nu al deel uit van de Associatie UGent. (belga/jv)

h1

America here we come!

mei 31, 2008
(Foto: Pieter Morlion)

Op 6 augustus is het zover. Dan vlieg ik, samen met klasgenoot en goede vriend Piet Coopman, naar the United States. Om iedereen op de hoogte te houden van onze voorbereiding en de avonturen ter plaatse, zal ik ook op mijn persoonlijke site geregeld berichten, te starten vanaf komende week! 

h1

Chaos in Gent-Centrum!

mei 28, 2008

Op 28 mei 2008 om 17u25 kon Tram 1 richting Evergem (het bewuste nummer 6305) niet verder wegens een foutgeparkeerde camionette van de Kids Outlet. Al snel waren de diensten van de Lijn ter plaatse, alsook uw reporter!

De camionette stond zo geparkeerd dat de tram niet door kon. Een hinderlijke situatie voor honderden reizigers en dat net op het spitsuur. De chaos was compleet, het amusement bij de omstaanders groot. Na wat info ingewonnen te hebben, blijkt de dude van de Kids Outlet ook een fikse som te moeten betalen. De Lijnman vertelde me dat dit neerkomt op 20 EUR per tramonderdeel (deze trams hebben vier onderdelen de beeste) per minuut. Natuurlijk dient niet enkel deze tram in rekening gebracht te worden maar ook alle andere trams die door deze roekeloze daad vetraging opliepen. (naar verluid een 10-tal) Gelet op het feit dat het tramverkeer in totaal 30 minuten heeft stilgestaan, maakt dat een som van 24 000 EUR. Een smeuig bedrag, zeker als je weet dat daar nog de kosten van de takeldienst en bijkomende personeelskosten (ahja, wie gaat die overuren betalen, meneer?!) van het Lijnpersoneel bijkomen. Kortom, de pechvogel had voor dat geld al een camionette kunnen aanschaffen. Benieuwd of de verzekering hierin tussenkomt… Voor ons was het in ieder geval een uit de hand gelopen koffiepauze en een leuk verzetje.

h1

Die Deutschen sind wieder da!!!

mei 28, 2008

We schrijven juli 1994. De toenmalige familie Warlop-Denoulet was op vakantie in het prachtige Toscane. Na een weekje citytrips te hebben gedaan naar oa. Firenze, Siena, Pisa en San Giminianno, bleven we nog een week langer om wat in een vakantiehuisje met pool te genieten van la dolce vita italiana! Op één van die avonden waren we verzeild geraakt in een pizzeria waar we, naast een nest Duitsers, de enige klanten waren. Wat doet een sociale belg in zo’n geval? Tuurlijk! Socializzzzen, met alle gevolgen van dien!

Nog tijdens de reis spraken we een paar keer af met de familie Duevel. In de euforie van het WK1994 in Amerika (en de match Duitsland-België in het bijzonder) speelden de zoon des huizes, Carl Anders, en ikzelf uren aan een stuk voetbal op zo’n verdord italiaans grasperkje. Uiteraard waren onze idolen van die tijd nog dezelfde als deze van nu. Carl was stevast spits Jürgen Klinsmann en ikzelf was onze wereldkeeper Michel Preud’Homme. Toen de reis op z’n eind liep, beloofden onze ouders elkaar plechtig dat we contact zouden houden. De ervaring leert dan dat daar meestal niets meer van in huis komt.

Niets was minder waar. De volgende zomer ging ik al naar Duitsland, Bietigheim (een klein stadje nabij Stuttgart) de Duevels opzoeken met als toepasselijk cadeau een mand Duvels. Zo’n binnenkopper kon ik toen al moeilijk laten liggen! ;-) Het jaar daarna kwam Carl naar België. Daarna verwaterde het contact wat. Vader Duevel, Reinhardt, was wel nog een paar keer bij ons te gast in onze vermaarde (!) Bed and Breakfast maar buiten de jaarlijkse kerstwensen hoorden we  nog bitter weinig van elkaar…

(Gent die schone)

… tot op een dag, vier weken geleden. “U hebt één nieuw bericht in uw mailbox”. Het was Reinhardt die me meldde dat hij samen met zijn vrouw ons land aandeed. Omdat ik het toen wat te druk had met thesissen allerhande vroeg ik mijn moeder contact op te nemen, hetgeen ze ook deed. Een prachtige avond volgde en korte tijd later deed ook Carl ons klein belgenlandje aan. Gevolg: een afspraak volgde en ik troonde hem en zijn vriendin mee in het rustieke Gent! En wat doe je dan? Ja, hoor. Toerisme ten top. We spraken af aan het Gravensteen, we bezochten de Dulle Griete, ik leerde hem Ghentsch stoofvlees eten, Westmalle drinken, we wandelden langs de Graslei en poseerden voor hét Gentse beeld bij uitstek. Een geslaagd dagje met vooral een hoop vervlogen herinneringen. Het was fijn te beseffen dat échte vriendschap blijft duren. Voor altijd. Zelfs na twaalf jaar elkaar uit het oog verloren te zijn.

h1

BEHA-info: Een opbaring van ervaringen

mei 26, 2008

Hogeschool Gent. Nooit gedacht dat deze instelling zo’n impact zou hebben op mijn jonge leven. Toen ik op het departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde aankwam, wees alles erop dat ik een modaal studentenleventje tegemoet ging. Naar de les gaan, studeren en sporten, waren de drie pijlers waarop ik in mijn eerste jaar Bestuurskunde de basis zou moeten leggen voor een succesvol vervolg van de opleiding. Best een nobel doel, maar weinig uitdagend. Vier jaar en enkele bijgewonnen kilo’s later is het tijd voor een terugblik.

 

Bestuurskundica etcetera

Het eerste jaar stond inderdaad voor een groot deel in het teken van studeren en sporten. Dat veranderde evenwel in het tweede jaar. Met enkele jaargenoten ging ik regelmatig basis iets drinken; zelfs op zondagavond. Het was de basis voor een sterke vriendschapsband die uitmondde in de oprichting van de studentenclub Bestuurskundica. Dopen, clubavonden, cantussen… tot nijd van heel wat bestaande clubs, heb ik steevast kunnen vaststellen dat onze leden daaraan geen behoefte hebben. Ik vond het steeds belangrijker dat  studenten uithuizig waren, contacten legden en open stonden voor avontuur en amusement. Het doet goed vast te stellen dat er vanuit de bachelorjaren Bestuurskunde een grote interesse bestaat om deze waarden verder te zetten.

 

Vanuit dit collectief enthousiasme groeide, ook bij Jasper Delanoy en Piet Coopman,  de behoefte om ons meer te engageren in de wereld van de studentenparticipatie. Zelf was ik toen al drie jaar jaarverantwoordelijke student en die functie beviel me wel. Tevens had ik ervaren dat de stem van de studenten wel gehoord werd maar niet (genoeg) doorwoog in de beleidsbeslissingen. Vast besloten om iets aan die situatie te doen, engageerden we ons in de departementsraad, de opleidingscommissie, de Hogeschool Gent Studentenraad, de Raad van Bestuur van de Hogeschool Gent, SOVOREG vzw, de Vlaamse Vereniging van Studenten, de Gentse Associatie Studentenraad… Deze centralisatie van mandaten toont sterk aan dat er geen grote interesse was voor studentenparticipatie. Tijdens de beginmaanden was het wat wennen. Plots bevond ik me in het gezelschap van de algemeen directeur, de regeringscommissaris, de schepen van onderwijs, de vakbonden, de inrichtende macht, de departementshoofden. Op dergelijk niveau is het als student niet eenvoudig om een toegevoegde waarde te kunnen zijn. Zo zijn discussies over personeelsbeleid ronduit Chinees voor een beginnende stuver.

 

Factor en andere factoren

Op departementaal niveau vroeg het departementshoofd me om de participatiecommissie op te richten. Deze departementale studentenraad bedachten we met de naam FACTOR en verzamelt alle jaarvertegenwoordigende studenten. Waar vorig jaar onze aandacht noodgedwongen nog uitging naar het op poten zetten van een structuur, is het goed om zien dat FACTOR dit jaar onder impuls van voorzitter Philip Vermoote op heel wat dossiers ook inhoudelijk input heeft kunnen leveren. Aan voorzitter An Mertens en haar bestuur om de studentenbelangen, met respect en de nodige dialoog, verder te blijven verdedigen.

 

Toen ik voorzitter werd van HGSR, de studentenraad van de grootste hogeschool van Vlaanderen en de derde grootste hoger onderwijsinstelling in Vlaanderen, werd ik overmand door een groot verantwoordelijkheidsgevoel..

Nu het academiejaar er zo goed als opzit is het tijd voor een evaluatie. Samen met mijn stuurgroep, werkte ik me in de maand augustus al inhoudelijk in de grote onderwijsdossiers in. De opgedane kennis konden we aanwenden om in te spelen op de actualiteit en waren het kader waarbinnen we onze adviezen omtrent oa. cursusverkoop, onderwijskwaliteit en studentenparticipatie formuleerden. Daarnaast slaagden we erin om een nieuwe structuur op poten te zetten, hetgeen leidde tot een statutenwijziging. Ook de Algemene Vergadering werd opgewaardeerd. Tevens waren we ook organisator van of partner in evenementen als Student Kick-off, Welcome to the City en Music Maniacs, dat we samen met JIM TV op onze eigenste campus organiseerden. Omdat we als studentenraad ook steeds meer een koepel willen zijn voor alle studentenvertegenwoordigers binnen HoGent, organiseerden we  vormingsavonden. Op ons spaghettifestijn gaven duiding bij het financieringsdecreet en de participatiecommissies stonden centraal op de tweede vormingsavond. Al bij al is er dus heel wat gebeurd dit academiejaar. Ook de opvolging is reeds verzekerd. Zo wordt Julie Van Den Broeck (HW) volgend jaar de eerste vrouwelijke voorzitter van de HGSR. Een primeur.

 

Hogere échelons

Ook op het Vlaamse niveau waren we goed vertegenwoordigd. Binnen de Vlaamse Vereniging van Studenten was de HGSR de tweede grootste fractie. Vooral op het basisdecreet participatie hadden we een grote impact en recent ook nog over de hervormingen binnen het hoger kunstonderwijs. Tevens stapten we op zes december met zo’n honderd man mee in de betoging tegen het financieringsdecreet van Minister Vandenbroucke. Op Vlaams niveau hebben we als afgevaardigden van de HoGent steeds geijverd voor realistische eisen. Al te ideologische of onhaalbare adviezen ten aanzien van de minister vonden wij zelden constructief. Deze houding was niet altijd evident maar werd op termijn wel door iedereen gerespecteerd. Voor VVS waren we trouwens ook extern vertegenwoordiger in de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) binnen de cel Kwaliteitszorg. Daarnaast was ikzelf ook nog actief in de adviesraad van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) die tot taak heeft de kwaliteit van de hoger onderwijsopleidingen te bewaken. Een boeiende, internationale ervaring.

 

Epiloog

Onlangs vroeg een docent me of ik het gevoel had dat je als student wezenlijk kan wegen op het beleid. Ik antwoordde haar dat het vaak een wisselwerking is tussen de activiteitsgraad van de studenten enerzijds en de mate waarin je als stuver door het bestuur au sérieux genomen wordt, anderzijds. Hoe meer je op de hoogte bent, je de dossiers goed opvolgt, hoe meer je als studentenraad ook betrokken wordt bij het totstandkomen van het beleid. Helaas geraken mandaten in belangrijke raden niet opgevuld wegens gebrek aan geïnteresseerde studenten. Op die manier dreigen de studenten dus het slachtoffer te worden van verworvenheden die door vorige generaties bekomen werden. Dat is een belangrijk signaal aan de studenten om vooral zélf actief hun rechten te bewaken en te verdedigen waar nodig.

 

Beweren dat je als individuele stuver iets kan bereiken zou pretentieus zijn. Pas wanneer je een collectief belang kan aantonen en je visie kan hardmaken, wordt er wel degelijk rekening gehouden met de studentenraad. Vanuit legitiem opzicht  bekeken is dat zeker terecht. Aan de andere kant vind ik dat studenten, meer dan andere stakeholders, luider moeten roepen om gehoord te worden. Er wordt veel verlangd van onze stuvers: vergaderen op de meest onmogelijke momenten, dossierkennis, techniciteit, juridische bagage, onfeilbaarheid,  een goed voorkomen… Vaak wordt vergeten dat die studenten daar niet voor vergoed worden, nog jong zijn én dit alles bovenop hun al drukke schoolagenda moeten afwerken. Een degelijk begeleiding vanuit het departement of de instelling zou dus absoluut welgekomen zijn.

 

Steeds heb ik belang gehecht aan een goede verstandhouding tussen studenten en docenten, directie en administratie. Toegegeven, de ene keer lukt dat al beter dan de andere keer. Er vallen nu éénmaal ook verschillende, vaak tegenstrijdige belangen te verdedigen. Toch denk ik dat we op die twee jaar bewezen hebben dat we met overleg en wederzijds begrip vooral samen aan de weg van het hoger onderwijs binnen onze opleiding, ons departement of  onze hogeschool  hebben getimmerd. Het is dan ook met een groot gevoel van erkentelijkheid en dankbaarheid dat ik iedereen van harte wil bedanken voor deze openbaring van ervaringen.

h1

Film: The Kite Runner

mei 26, 2008

De Afghaanse vrienden Amir en Hassan zijn bedreven vliegeraars. Amir woont in een grote villa in Kabul en de vader van Hassan werkt bij de familie van Amir als bedienden. De twee jongens scheppen er groot genoegen in de vliegers van andere kinderen uit de lucht te halen. Als een groep jongens het in hun hoofd haalt de vlieger van Amir uit de lucht te scheppen gaat Hassan achter de daders aan. Hij wordt zwaar mishandeld en Amir komt te laat om zijn vriend bij te staan. De vriendschap tussen de jongens is voorgoed veranderd. Dan vallen de Russen Kabul binnen en moeten Amir en zijn vader het land uit vluchten. Ziet de volwassen Amir zijn vriend ooit nog terug en weet hij weer een band met zijn vaderland op te bouwen?

The Kite Runner is de verfilming van de bestseller van Khaled Hoeseini die bij ons uitkwam onder de titel “De Vliegeraar”. Ik had al heel veel goeds gehoord over het boek. “Schitterend”, “Prachtig”, “je kan je het zo visueel voorstellen”… stuk voor stuk positieve bevindingen bij het lezen van de roman. Ikzelf las het boek nog niet en, om eerlijk te zijn, heb ik na het bekijken van de film niet meteen zin om dat wél te gaan doen. Het doet me eerlijk gezegd een beetje denken aan de ervaring die ik had met de Da Vinci Code. Toen had ik het boek ook niet gelezen maar wel de film gezien. De film was barslecht. Ik wil niet zo ver gaan om te beweren dat de Kite Runner zó slecht is maar het was ook niet bepaald een hoogvlieger. (!) Laat ons het er misschien op houden dat het verfilmen van dergelijke boeken niet echt een goed idee is, zonder dat ik iets afdoe van die boeken zelf. Ik kan namelijk best geloven dat een boek, waar je de fantasie de vrije loop kan laten, meer overlaat aan de verbeelding dan een afgekuiste amerikaanse prent.