Archive for the ‘BEHA-info’ Category

BEHA info: Onder de hoed van Uncle Sam

without comments

Troy University, Alabama. Sinds augustus 2008 is het de nieuwe thuishaven van twee pas afgestudeerde HABE’ers. Ze volgen er in het kader van de Complementaire Internationale Studies (CIS-programma) een Master of Public Administration. Afwisselend berichten Piet Coopman en Korneel Warlop over hun belevenissen in de US & A.

 

Headline in het CNN News: “Stayin’ Alive” might be more true to its name than the Bee Gees ever could have guessed: At 103 beats per minute, the old disco song has almost the perfect rhythm to help jump-start a stopped heart.

 

Op minder dan twintig dagen voor de cruciale presidentsverkiezingen  en in volle financiële crisis verwacht je zoiets niet direct in prime time op één van de grootste internationale televisiezenders. Natuurlijk is dat maar een banaal voorbeeldje maar het geeft wel een beetje de dubbele Amerikaanse mentaliteit weer. Zo kregen alle internationale studenten eerder deze week een lunch aangeboden door de lokale Rotary Club. Na de lunch werd de landenvlag van de tien grootste studentendelegaties gehesen. Naast onder meer het onvermijdelijke China, de lachende nepalezen en de tjangelende Indiërs behoort ook Saoudie Arabië tot dit selecte clubje. Trots gaven de arabieren wat uitleg bij hun vreemd groen lapje stof. “De witte letters staan voor La ilaha Ila Allah Muhammada Rasulu allah en  betekent dat Allah onze enige God is en Mohammed zijn profeet. Door het typische Arabische zwaard in onze vlag op te nemen, willen we tonen dat we ons geloof en ons land altijd zullen verdedigen.” Applaus van de Amerikaanse goegemeente volgde. Zagen wij dit goed? Waren diezelfde amerikanen immers niet in (een heilige) oorlog met Irak? Hier in het Zuiden, waar het racisme nog weelig tiert, stond een kudde republikeinse rednecks te applaudiseren voor mensen die ze in de dagdagelijkse omgang als “zandmannen” definiëren. Vreemd. Grappig. Stilte.

 

Met onze Trojan slippers tussen de tenen, gebruind velletje en een strakker wordend lichaam paraderen we hier dagelijks rond 3pm naar de Starbucks op de campus. God moet wel bestaan! Wat hier ook opvalt: den amerikaan is toch wel sterk in organisatie en onderhoud. De campus ligt er altijd piekfijn bij, voor alles hebben ze ’signs’ (zo ook ééntje met het opschrift “Real Trojans don’t cut corners” teneinde de studenten niet op het gras maar op de voetpaden te laten lopen. Red.) en de (sport)infrastructuur is ronduit luxe. Daartegenover staat dan weer dat je niet moet sollen met de regels. Altijd moeilijk voor een belg, laat staan een gewezen student in Gent! Ja, de Arteveldestad wordt toch soms gemist. Als je in Gent leeft en je stapt je deur uit dan word je als het ware meegezogen in een urban style bad van heerlijke restaurants, krachtige cafées, frituuraroma’s en  tal van culturele activiteiten zoals opera, theater, muziekoptredens en musea. Je zoekt geen leven, je ademt leven. Het lijkt zo evident maar dat is het dus niet. In dat opzicht is Troy een dood ruraal gat. Het Keiem van Alabama. We wisten dit wel voor ons vertrek maar toch… Cultuur moet je hier als het ware zoeken en -als je het al vindt- is het vaak een afknapper van jewelste. We laten ons evenwel vertellen dat dit een typisch verschijnsel van ‘the South’ is. Dit hier is niet het Amerika waar wij in Europa van dromen, over lezen of naartoe reizen. Deze uithoek is de échte wereld met zijn échte problemen van racisme, leegstand, armoede, ongeletterdheid en devote parochies. Hoe raar dit ook kan klinken; het doet ons plezier om ook deze kant van de (tanende) wereldmacht te zien. Het scherpt de realiteitszin en doet ons beseffen dat, in tegenstelling tot wat wij altijd mochten aanhoren, de U.S.A. nog veel kan leren van Europa of zelfs België.

 

Wie ons een beetje kent, weet evenwel dat we graag “flitsen”. Er gaat niets boven een raid doorheen de tijd, de fysieke menselijke barrières en de niet-neergehaalde taboes. Om die en tal van andere redenen boetseerden we een schitterende trip na onze kerstexamens (die al gedaan zijn op 2 december). Zoals je in ons vorig artikel kon lezen, waren er al plannen om de Westkust (Los Angeles, Las Vegas, de Grand Canyon en San Francisco) aan te doen. De vliegtuigtickets zijn reeds geboekt. L.A., L.A., L. L. A., L. A. Op 20 december komen onze ouders overgevlogen om -op uitnodiging van onze professor Public Policy- de kerstkalkoen aan te snijden. Met hen maken we ook een rondtrip doorheen het Zuiden (Montgomery, Birmingham, New Orleans en Atlanta) en wanneer ze Amerika terug inwisselen voor Brussel hangen ook wij alweer in de lucht. Destination New York, baby! Eén van de hoogtepunten van de maand moet ongetwijfeld de overgang ‘van oud naar nieuw’ zijn op Times Square. Mijn ogen fonkelen nu al als ik ‘The lowering of the ball’ voorstel. Afkicken van deze reis doen we voor een dagje in Washington DC. We beschouwen het namelijk als onze (verdomde) bestuurskundige plicht om toch zeker Capitol Hill aan te doen gedurende ons verblijf in de States. Je ziet, beste Ludo, we zijn best trots op onze afstudeerrichting!   

 

Momenteel hebben we echter andere katten te geselen. Groepswerken, presentaties, case study’s en andere article analysis vliegen ons rond de oren. Fall Break ligt namelijk al achter ons en dat betekent dat we al halfweg de eerste semester zijn. We doorstonden ons Midterm Exam wonderwel en we werken bijgevolg vol zelfvertrouwen naar de examens van eind november/begin december toe. Onze opleiding in Gent was, in vergelijking met hetgeen we hier zien, minstens evenwaardig wat de inhoud betreft en hoewel de lessen hier merkelijk interactiever verlopen, slagen de Amerikaanse proffen er niet in om het niveau van hun lessen hoog genoeg te houden. Bij deze trouwens een oproep aan onze Gentse profs om eens een gastles te komen geven! Want als je dacht dat je alles al meemaakte…wacht dan maar tot je onze klasdiscussies hier hoort. Die zijn even ‘hot’ als de nasmeulende kogel in een neergeschoten irakezenlichaam. Sorry voor de taal, maar dat is het soort confrontatie waar je mee te maken krijgt.

 

Binnenkort zijn het hier ook presidentsverkiezingen en het valt op dat niemand daar eigenlijk nog wakker van ligt. De financiële crisis is hét gespreksonderwerp. Mensen zijn bezorgd over de waarde van hun huis en de daarbij horende kredieten, hun pensioen, hun ziekteverzekering en hun werkzekerheid. De amerikaan lijkt stilaan te beseffen dat het einde van hun imperium nabij is. “Change is where we believe in”, het zijn de profetische woorden van Obama. De man waarvan ze hier in het Zuiden benauwd zijn want én moslim én zwart. Nochtans lijkt hij momenteel de beste optie om het land vlot te trekken. Of hij de nodige veranderingen evenwel kan doorvoeren valt gezien de omstandigheden nog af te wachten. Het zijn onzekere tijden. Den amerikaan heeft schrik. Meer dan ooit lopen de kerken hier vol. Bidden om een kapitalistisch mirakel. After all: God bless America, and nobody else! Er zijn nog zekerheden in het leven.

 

(Korneel Warlop)

Written by korneelwarlop

oktober 29, 2008 op 10:01 pm

Geplaatst in BEHA-info, USA

BEHA-info: Een opbaring van ervaringen

with 4 comments

Hogeschool Gent. Nooit gedacht dat deze instelling zo’n impact zou hebben op mijn jonge leven. Toen ik op het departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde aankwam, wees alles erop dat ik een modaal studentenleventje tegemoet ging. Naar de les gaan, studeren en sporten, waren de drie pijlers waarop ik in mijn eerste jaar Bestuurskunde de basis zou moeten leggen voor een succesvol vervolg van de opleiding. Best een nobel doel, maar weinig uitdagend. Vier jaar en enkele bijgewonnen kilo’s later is het tijd voor een terugblik.

 

Bestuurskundica etcetera

Het eerste jaar stond inderdaad voor een groot deel in het teken van studeren en sporten. Dat veranderde evenwel in het tweede jaar. Met enkele jaargenoten ging ik regelmatig basis iets drinken; zelfs op zondagavond. Het was de basis voor een sterke vriendschapsband die uitmondde in de oprichting van de studentenclub Bestuurskundica. Dopen, clubavonden, cantussen… tot nijd van heel wat bestaande clubs, heb ik steevast kunnen vaststellen dat onze leden daaraan geen behoefte hebben. Ik vond het steeds belangrijker dat  studenten uithuizig waren, contacten legden en open stonden voor avontuur en amusement. Het doet goed vast te stellen dat er vanuit de bachelorjaren Bestuurskunde een grote interesse bestaat om deze waarden verder te zetten.

 

Vanuit dit collectief enthousiasme groeide, ook bij Jasper Delanoy en Piet Coopman,  de behoefte om ons meer te engageren in de wereld van de studentenparticipatie. Zelf was ik toen al drie jaar jaarverantwoordelijke student en die functie beviel me wel. Tevens had ik ervaren dat de stem van de studenten wel gehoord werd maar niet (genoeg) doorwoog in de beleidsbeslissingen. Vast besloten om iets aan die situatie te doen, engageerden we ons in de departementsraad, de opleidingscommissie, de Hogeschool Gent Studentenraad, de Raad van Bestuur van de Hogeschool Gent, SOVOREG vzw, de Vlaamse Vereniging van Studenten, de Gentse Associatie Studentenraad… Deze centralisatie van mandaten toont sterk aan dat er geen grote interesse was voor studentenparticipatie. Tijdens de beginmaanden was het wat wennen. Plots bevond ik me in het gezelschap van de algemeen directeur, de regeringscommissaris, de schepen van onderwijs, de vakbonden, de inrichtende macht, de departementshoofden. Op dergelijk niveau is het als student niet eenvoudig om een toegevoegde waarde te kunnen zijn. Zo zijn discussies over personeelsbeleid ronduit Chinees voor een beginnende stuver.

 

Factor en andere factoren

Op departementaal niveau vroeg het departementshoofd me om de participatiecommissie op te richten. Deze departementale studentenraad bedachten we met de naam FACTOR en verzamelt alle jaarvertegenwoordigende studenten. Waar vorig jaar onze aandacht noodgedwongen nog uitging naar het op poten zetten van een structuur, is het goed om zien dat FACTOR dit jaar onder impuls van voorzitter Philip Vermoote op heel wat dossiers ook inhoudelijk input heeft kunnen leveren. Aan voorzitter An Mertens en haar bestuur om de studentenbelangen, met respect en de nodige dialoog, verder te blijven verdedigen.

 

Toen ik voorzitter werd van HGSR, de studentenraad van de grootste hogeschool van Vlaanderen en de derde grootste hoger onderwijsinstelling in Vlaanderen, werd ik overmand door een groot verantwoordelijkheidsgevoel..

Nu het academiejaar er zo goed als opzit is het tijd voor een evaluatie. Samen met mijn stuurgroep, werkte ik me in de maand augustus al inhoudelijk in de grote onderwijsdossiers in. De opgedane kennis konden we aanwenden om in te spelen op de actualiteit en waren het kader waarbinnen we onze adviezen omtrent oa. cursusverkoop, onderwijskwaliteit en studentenparticipatie formuleerden. Daarnaast slaagden we erin om een nieuwe structuur op poten te zetten, hetgeen leidde tot een statutenwijziging. Ook de Algemene Vergadering werd opgewaardeerd. Tevens waren we ook organisator van of partner in evenementen als Student Kick-off, Welcome to the City en Music Maniacs, dat we samen met JIM TV op onze eigenste campus organiseerden. Omdat we als studentenraad ook steeds meer een koepel willen zijn voor alle studentenvertegenwoordigers binnen HoGent, organiseerden we  vormingsavonden. Op ons spaghettifestijn gaven duiding bij het financieringsdecreet en de participatiecommissies stonden centraal op de tweede vormingsavond. Al bij al is er dus heel wat gebeurd dit academiejaar. Ook de opvolging is reeds verzekerd. Zo wordt Julie Van Den Broeck (HW) volgend jaar de eerste vrouwelijke voorzitter van de HGSR. Een primeur.

 

Hogere échelons

Ook op het Vlaamse niveau waren we goed vertegenwoordigd. Binnen de Vlaamse Vereniging van Studenten was de HGSR de tweede grootste fractie. Vooral op het basisdecreet participatie hadden we een grote impact en recent ook nog over de hervormingen binnen het hoger kunstonderwijs. Tevens stapten we op zes december met zo’n honderd man mee in de betoging tegen het financieringsdecreet van Minister Vandenbroucke. Op Vlaams niveau hebben we als afgevaardigden van de HoGent steeds geijverd voor realistische eisen. Al te ideologische of onhaalbare adviezen ten aanzien van de minister vonden wij zelden constructief. Deze houding was niet altijd evident maar werd op termijn wel door iedereen gerespecteerd. Voor VVS waren we trouwens ook extern vertegenwoordiger in de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) binnen de cel Kwaliteitszorg. Daarnaast was ikzelf ook nog actief in de adviesraad van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) die tot taak heeft de kwaliteit van de hoger onderwijsopleidingen te bewaken. Een boeiende, internationale ervaring.

 

Epiloog

Onlangs vroeg een docent me of ik het gevoel had dat je als student wezenlijk kan wegen op het beleid. Ik antwoordde haar dat het vaak een wisselwerking is tussen de activiteitsgraad van de studenten enerzijds en de mate waarin je als stuver door het bestuur au sérieux genomen wordt, anderzijds. Hoe meer je op de hoogte bent, je de dossiers goed opvolgt, hoe meer je als studentenraad ook betrokken wordt bij het totstandkomen van het beleid. Helaas geraken mandaten in belangrijke raden niet opgevuld wegens gebrek aan geïnteresseerde studenten. Op die manier dreigen de studenten dus het slachtoffer te worden van verworvenheden die door vorige generaties bekomen werden. Dat is een belangrijk signaal aan de studenten om vooral zélf actief hun rechten te bewaken en te verdedigen waar nodig.

 

Beweren dat je als individuele stuver iets kan bereiken zou pretentieus zijn. Pas wanneer je een collectief belang kan aantonen en je visie kan hardmaken, wordt er wel degelijk rekening gehouden met de studentenraad. Vanuit legitiem opzicht  bekeken is dat zeker terecht. Aan de andere kant vind ik dat studenten, meer dan andere stakeholders, luider moeten roepen om gehoord te worden. Er wordt veel verlangd van onze stuvers: vergaderen op de meest onmogelijke momenten, dossierkennis, techniciteit, juridische bagage, onfeilbaarheid,  een goed voorkomen… Vaak wordt vergeten dat die studenten daar niet voor vergoed worden, nog jong zijn én dit alles bovenop hun al drukke schoolagenda moeten afwerken. Een degelijk begeleiding vanuit het departement of de instelling zou dus absoluut welgekomen zijn.

 

Steeds heb ik belang gehecht aan een goede verstandhouding tussen studenten en docenten, directie en administratie. Toegegeven, de ene keer lukt dat al beter dan de andere keer. Er vallen nu éénmaal ook verschillende, vaak tegenstrijdige belangen te verdedigen. Toch denk ik dat we op die twee jaar bewezen hebben dat we met overleg en wederzijds begrip vooral samen aan de weg van het hoger onderwijs binnen onze opleiding, ons departement of  onze hogeschool  hebben getimmerd. Het is dan ook met een groot gevoel van erkentelijkheid en dankbaarheid dat ik iedereen van harte wil bedanken voor deze openbaring van ervaringen.

Written by korneelwarlop

mei 26, 2008 op 1:44 pm

BEHA-info: Mijn leven naast een margi (tribute)

with 4 comments

Handelswetenschappen ligt hem blijkbaar; getuige de opeenstapeling van successen in eerste zittijd, maar de vraag wat hij later wil worden, beantwoordt hij door zuchtend de schouders op te halen en te prevelen: “Dat weet ik niet, echt niet. Wat ik wel weet is wat ik nu ben, en dat is een student in Gent. Ik ga doen wat echte studenten moeten doen en dat is feesten, feesten als de beesten…” De jas werd dicht geritst, de Marokkaanse muts op de kruin geschikt, de tanden gepoetst, het geld losjes in de pocket gelanceerd  en… weg was hij. Klaar om te gaan flitsen in de Overpoort. Sindsdien herhaalt dat ritueel zich iedere dag en besef ik: mijn kotgenoot is een margi. Deze rubriek wordt een bloemlezing van mijn belevenissen naast een marginaal. Deze keer: het tribute!

 

Net zoals aan alle vaten komt ook aan de studententijd een eind. Binnen amper twee maand hangen we de bic en de codex aan de wilgen en lonkt een nieuw leven. Geen werkleven, neen. De margi besloot zijn ongebreidelde leventje nog zo’n twee jaar te rekken door de opleiding Fiscaal Recht aan de UGent onveilig te gaan maken. Een moedige beslissing en een hele uitdaging, zo zegt hij zelf. Ik kan alleen maar beamen en tevens mijn kotgenoot heel hard danken. Ikzelf heb de smaak van hogere studies ook te pakken maar verkoos andere oorden om mijn studiehonger te stillen. Dat zorgt er natuurlijk voor dat er tevens een eind gekomen is aan vier jaar kotleven. Geen nachtelijke escapades meer, geen verkeersborden binnensmokkelen in onze gang, geen voetballiederen meer aanheffen bij Julien om 5u ’s morgens, gedaan met glazen tegen de grond smijten uit vrees dat die dwerg op je been zou klimmen. Ja, aan dat alles komt er eind. Een periode is afgesloten. Als je er zo over nadenkt dan wordt je er wat stil van, blijf je verweesd achter en besef je dat een hoofdstuk in je leven wordt afgesloten.

(Zoek de margi)

Maanden aan een stuk kon je hier de avonturen lezen van de margi. Soms schunnig en vaak over het randje van het fatsoen. Andere keren vertederend door de hoge mate van herkenbaarheid. Men kan de margi dan wel een tekort aan  “normen en waarden” verwijten, toch zal iedereen wel moeten toegeven dat de margi een schitterende studententijd heeft gehad. Dagen aan een stuk is hij weggeweest als een bezetene, hij stond nooit op voor 17u, at niets anders dan vuiligheid, dronk alleen maar bier ter creatie van de kater en water ter destructie van diezelfde kater. Hij was hooguit de meest geziene gast in vele huisnummers van de Overpoort, en toch… toch wist de margi héél goed waar hij mee bezig was. Hij slaagde jaar na jaar telkens in eerste zittijd en ook dit jaar ziet het er goed uit met twaalven en vijftienen voor de kerstexamens. Hij is het levende bewijs dat intelligentie niet iets is dat je kan leren in boeken maar dat het vooral een manier is om met kennis om te gaan. Tegelijk besefte hij dat de studententijd een unieke periode in een leven is. Niet zelden wordt aangehaald dat de studententijd de meest onbezorgde periode in je leven is. Wij, de margi en ik, kunnen dat ten zeerste bevestigen. Uiteindelijk is op het eind van de dag maar één iets dat telt; slaag ik of niet. Dat is de énige verantwoording die je als student moet afleggen. Wat je daarnaast doet is bijzaak. Het was dan vaak ook grappig om te moeten vaststellen dat er nogal wat mensen wat cynisch waren over de “way of life” van de margi. Zouden diezelfde mensen jaar na jaar geslaagd zijn? Ik vraag het me vaak af.

 

In ieder geval is het bewijs geleverd dat een hilarisch kotleven nog steeds hand in hand kan gaan met een geslaagde schoolcarrière. De kotstudent is een bedreigde soort door de luxe die ouders tegenwoordig geven aan hun kinderen. Vele studenten krijgen een auto van vaderlief teneinde de dagelijkse verplaatsing naar de arteveldestad te kunnen maken. Op die manier wordt alle initiatief en persoonlijke ontwikkeling van de student in kwestie ernstig beknot. We moeten de student dus vooral nog student laten zijn. De ervaring dat je na twee dagen al door je weekgeld heen zit, het koken van je eigen maaltijden, het kuisen van je eigen kamer, de confrontatie van het alleen zijn. Dergelijke ervaringen zijn op termijn evenveel waard als je diploma. Het volgen van hogere studies is dus een integraal verhaal van leven, studeren, lachen en wenen. Het is een afspiegeling van het echte leven.

 

Om die reden wil ik dan nog eens mijn kotgenoot, de margi, bedanken voor de fijne vier jaar. Als deze een afspiegeling zijn van de echte wereld dan wil ik vooral leven, leven, leven…

 

(PONK)

Written by korneelwarlop

mei 22, 2008 op 8:25 am

Geplaatst in BEHA-info, hoger onderwijs

Beha-info: Mijn leven naast een margi

met één reactie

Handelswetenschappen ligt hem blijkbaar; getuige de opeenstapeling van successen in eerste zittijd, maar de vraag wat hij later wil worden, beantwoordt hij door zuchtend de schouders op te halen en te prevelen: “Dat weet ik niet, echt niet. Wat ik wel weet is wat ik nu ben, en dat is een student in Gent. Ik ga doen wat echte studenten moeten doen en dat is feesten, feesten als de beesten…”

De jas werd dicht geritst, de Marokkaanse muts op de kruin geschikt, de tanden gepoetst, het geld losjes in de pocket gelanceerd  en… weg was hij. Klaar om te gaan flitsen in de Overpoort. Sindsdien herhaalt dat ritueel zich iedere dag en besef ik: mijn kotgenoot is een margi. Deze rubriek wordt een bloemlezing van mijn belevenissen naast een marginaal.

Er zijn zo van die kenmerken die mensen typeren maar die op zich eigenlijk te klein zijn om een heel verhaal rond te vertellen. Een overzichtje:

  • Op een avond stond er nogal veel volk bij vaste frietboer Julien (de margi prefereert eigenlijk Peter. Stefan, Sammy voor de vrienden, is nogal een “kwistige strooier” met zijn viagra. Maar dit natuurlijk volledig ter zijde). Omdat de margi geen zin had om veel tijd te verliezen aan eten -er moest immers nog gepilst worden- besloot hij dan maar voor één keer naar dikke Luk van het Geel Kot te gaan, je weet wel: die container op het Kramersplein. Er stond eveneens een rij wachtenden en onze margi wachtte achter twee meisjes zijn beurt af:

Meisje 1: Amai, dat duurt hier lang.

Meisje 2: Ja, hij is echt wel traag…

Margi: Jullie noemen hem traag, ik noem hem vet. 

  • Traditiegetrouw zijn er in de maand oktober steevast feesten in het vroegere socialistische bolwerk de Vooruit. Zo ook die avond. De muziek ging hard, het bier vloeide rijkelijk en duizenden hersencellen werden op een professionele manier ‘gedood door den alcohol’. Kortom; het was een productieve avond geweest voor de margi. Al nagenietend stond hij te urineren aan de uitgang van de zaal toen plots een niets vermoedend meisje hem benaderde om iets te vragen. Vriendelijk als onze margi is, draaide hij zich om haar van antwoord te dienen alleen… was hij niet gestopt met wateren. Toen ik hem de volgende dag vroeg wat hij de afgelopen nacht gedaan had, antwoordde hij zonder verpinken: “een meisje ondergepist”.
  • Het was drie uur in de namiddag. Zoals steeds was uw dienaar aan het werken als een paard. (voor school natuurlijk, wat had je gedacht) Plots werd er geklopt op de deur. Het was de margi die net wakker geworden was. “Ponk, shit man, kijk eens naar mijn handen”, zei hij tegen me. Zwart. Pikzwart. “Van wat zou dat zijn? Ik krijg het er precies niet gemakkelijk af” Bedenkelijk ging hij terug naar zijn kot om wat vrienden te bellen in de hoop wat meer informatie te kunnen achterhalen. Een half uurtje later kwam hij al lachend binnen. “Weet je wat ik gedaan heb?”, en hij ging voor mijn TV zitten. “Neen”, zei ik. Hij begon andermaal te lachen. “Wel, je kent wel zo’n rooster die boven een rioolput ligt…”, hij moest even bekomen van het lachen en vervolgde, “ik heb dat opgeheffen, boven mijn hoofd gehouden en dan wat rioolinhoud met mijn handen opgeschept en naar mijn omstaanders gesmeten.” Ik zag hoe hij zich zichtbaar verkneukelde in zijn eigen avonturen. Hilarisch. Ik werkte nog even door en toen ik me omdraaide om te kijken waar hij mee bezig was zag ik in zijn ene hand een zak chips en zijn andere hand in zijn broek. Hij keek op en zei: “Wuk peis je…pintje?”

Written by korneelwarlop

februari 23, 2008 op 3:24 pm

Geplaatst in BEHA-info

Beha-info: Mijn leven naast een margi

met één reactie

Handelswetenschappen ligt hem blijkbaar; getuige de opeenstapeling van successen in eerste zittijd, maar de vraag wat hij later wil worden, beantwoordt hij door zuchtend de schouders op te halen en te prevelen: “Dat weet ik niet, echt niet. Wat ik wel weet is wat ik nu ben, en dat is een student in Gent. Ik ga doen wat echte studenten moeten doen en dat is feesten, feesten als de beesten…” De jas werd dicht geritst, de Marokkaanse muts op de kruin geschikt, de tanden gepoetst, het geld losjes in de pocket gelanceerd  en… weg was hij. Klaar om te gaan flitsen in de Overpoort. Sindsdien herhaalt dat ritueel zich iedere dag en besef ik: mijn kotgenoot is een margi. Deze rubriek wordt een bloemlezing van mijn belevenissen naast een marginaal.

De avond in de Overpoort kondigde zich vredelievend aan. Zoals elke maandag én dinsdag gaat mijn kotgenoot, “onze margi” de happy hours in studentencafé Pallieter gaan bevolken. Samen met een roedel vrienden maakt hij dan werk van de ontwikkeling van zijn hersencapaciteit onder het motto: “er kan altijd nog een pintje méér bij.” Zo ook dus die avond. Niets nieuws onder de zon, zou je denken. Dat was echter buiten die bewuste novemberavond gerekend. Na een (gratis) plaspauze aan de overpoortresto begaven de vrienden zich spelenderwijs terug naar de dorpel van het alcoholische heiligdom. Eén van de vrienden was daarbij ietwat té enthousiast en gaf onze margi een harde duw in zijn rug waarop die laatste onzacht in aanraking kwam met de straat. En ja, net op dat moment komen de vrienden met de blauwe streep aangereden. Gevolg: mijn kotgenoot de handboeien in en als een topgangster meegenomen naar het politiekantoor. Nordin Benallal zou er jaloers op zijn! Daar aangekomen werd hij aan onderstaand (ietwat bureaucratisch) verhoor onderworpen:

Erkent u zich in staat van openbare dronkenschap te hebben bevonden?

Neen

Welke alcoholische dranken hebt u gedronken? Hoeveel?

Ik dronk gewone glazen bier, een tiental ongeveer.

Waar en wanneer hebt u die gedronken?

Ik dronk eigenlijk de hele nacht door van 00u30 tot uw diensten me aantroffen en dit ter hoogte van Herberg de Pallieter, Overpoortstraat te Gent.

Wie bestelde u?

Personeel van de instellingen die ik bezocht.

Welk inkomen geniet u?

Ik ben student en krijg leefgeld van mijn ouders.

Bent u bereid de belasting van vervoer dronken persoon ten bedrage van 100 EUR te betalen?

Ik ben bereid deze te betalen.

Na dit verhoor moest onze margi zijn veters uit zijn schoenen halen, zijn riem ontgespen en alle waardevolle spullen in een envelop ter bewaring deponeren. De politie besloot om hem een nacht kort te steken. Terwijl onze margi zich afvroeg wat hij eigenlijk misdaan had, feestte uw dienaar lustig verder. Bij het thuiskomen rond 7u ’s morgens besloot ik dan maar om de politie eens op te bellen. “Neen, meneer. Uw kotgenoot zit in Ekkergem. Daar zijn de cellen. Hier bent u bij de centrale.” Meer hoefde ik niet te weten. Hij had een bed en veiliger kon hij precies niet zitten. De volgende dag deed ik katergewijs mijn Bourgondische afwas toen plots een schimmig figuur de trap op kwam gelopen. Het was de margi met een envelop in zijn handen met daarop zijn naam en eronder geschreven: cel 7. Na wat sakkeren op de flikken wegens hun onmenselijke behandeling (hij kreeg zelfs geen deken in zijn cel!) bevestigde hij toch met de nodige trots de enveloppe aan de muur. “Dat hebben we dan ook weer eens meegemaakt”, glimlachte hij. “Mijn kinderen kunnen trots zijn op hun vader”. Student in Gent; het is een harde stiel.

PONK

Written by korneelwarlop

december 1, 2007 op 3:42 pm

Geplaatst in BEHA-info

Beha-info: Mijn leven naast een margi

without comments

Handelswetenschappen ligt hem blijkbaar; getuige de opeenstapeling van successen in eerste zittijd, maar de vraag wat hij later wil worden, beantwoordt hij door zuchtend de schouders op te halen en te prevelen: “Dat weet ik niet, echt niet. Wat ik wel weet is wat ik nu ben, en dat is een student in Gent. Ik ga doen wat echte studenten moeten doen en dat is feesten, feesten als de beesten…” De jas werd dicht geritst, de Marokkaanse muts op de kruin geschikt, de tanden gepoetst, het geld losjes in de pocket gelanceerd  en… weg was hij. Klaar om te gaan flitsen in de Overpoort. Sindsdien herhaalt dat ritueel zich iedere dag en besef ik: mijn kotgenoot is een margi. Deze rubriek wordt een bloemlezing van mijn belevenissen naast een marginaal. Het geluid van de koelkast wekt me uit mijn slaap. Een stil gesis van bierschuim dat door een blikopening sist: het is niet voor de eerste keer dit jaar mijn wekker. Mijn kotgenoot was thuis en wilde rustig, bij het spelen van een spelletje FIFA, van “een allerlaatste” genieten. Eigenlijk ben ik wel wat jaloers dat iemand zo zorgeloos door het leven kan stappen én er toch in slaagt om op het eind van het academiejaar ook op school te zegevieren. Enfin, de ochtendstond heeft goud in de mond. Ook ik was de vorige avond weggeweest (inderdaad, heiligen bestaan niet) maar veel tijd om na te genieten was er niet. De school lonkte.Teruggekomen op het kot bleek de ravage bij mijn buur duidelijk. Overal stonden blikken bier, kleingeld was als een mozaïek op het bureaublad geschikt, de met ketchup bevuilde kleren getuigden van een frituurbezoek aan good old Julien… Ja, het was me het nachtje wel. Een zure geur zoog mijn aandacht naar een lege schoendoos, die eerder diende om zijn peperdure Moccasins in op te bergen, alwaar een vochtige plek zichtbaar was. Waarschijnlijk door mijn verontwaardiging, kwam mijn kotgenoot al lachend wakker en zei met een rokerige stem: “Ja, het WC was een beetje te ver”. Al snel zag ik er ook wel de humor van in. Ik besloot dan maar om het slagveld op mijn eigen kamer te gaan overzien en dat was al niet veel beter: een sok hing over het scherm van mijn computer, mijn radiowekker speelde nog en de intensiteit van de avond werd duidelijk door de opgedroogde kwijlcirkels op mijn kussen. Ook hier hing de onbehaaglijke geur van zuur en ja hoor… blijkbaar was ook voor mij de stap naar het WC te ver. Mijn kotgenoot kwam al smalend binnen en zag me beteuterd naar mijn wakke muur kijken. “En dan maar artikels schrijven over mij, je bent geen haar beter”. Een uitzonderlijke keer dat ik niet goed wist hoe daarop te reageren! We besloten dan maar om in studentenrestaurant De Brug te gaan dineren. Vleesballetjes in tomatensaus…een haast dagelijkse klassieker! Het gesprek aan tafel verliep zoals steeds na een zware uitgaansavond: eindeloze beloftes werden gemaakt om zich niet zo snel meer te bezondigen aan dergelijke hoeveelheden alcohol, frietvet en vrouwelijke aantrekkingskracht. Misschien moesten we toch maar eens doen zoals de meerderheid van ons jaar: de leerstof bijhouden en de lessen voor de komende weken voorbereiden.  Het drinken van een gratis beker drinkwater was dan ook de bezegeling van al deze oprechte beloftes. Vol goede moed dienden we onze plateau af en vertelden we ons tijdsbestek voor de rest van de avond: eerst naar het journaal zien, dan twee uurtjes leren, een pauzetje, afwassen, de lessen van morgen voorbereiden en dan nog wat ontspannen voor we onder de wol kruipen.Aan de uitgang van De Brug keken we naar elkaar. “Pintje?”, vroeg mijn kotgenoot. Ik lachte wat ongelovig maar volgde hem vervolgens zonder morren richting Overpoort. Het werd, zoals steeds wanneer men onverwachts uitgaat, een fantastische avond. De drank vloeide rijkelijk, de hits werden meegezongen en de nieuwe dag kondigde zich bij het naar huis gaan al aan. Enkele uren later schoot ik wakker. Wat ik aantrof was andermaal een ravage. Ik snelde naar de frigo en griste er een flesje sportdrank weg; het wondermiddel tegen katers! In de kamer ernaast hoorde ik mijn kotgenoot kermen. Het geluid van de koelkast in de morgen was hem blijkbaar ook niet vreemd.  (PONK)

Written by korneelwarlop

november 16, 2007 op 2:17 am

Geplaatst in BEHA-info

Beha-info: HGSR-corner

without comments

Op de algemene vergadering van 3 mei werd er in opvolging van Pieter Vercammen een nieuwe voorzitter voor de HGSR aangeduid. HABE’er Korneel Warlop werd door de vergadering unaniem verkozen. Wij vroegen hem naar zijn intenties.

Korneel, eerst en vooral proficiat. Waarom heb je je eigenlijk kandidaat gesteld?

Dit jaar zetelde ik reeds in heel wat raden en daar voelde ik me, veelal door hun specifieke aard, vaak geremd door het gebrek aan langetermijnvisie ten behoeve van de studenten. De HGSR biedt mij niet alleen de kans om alle studenten van de Hogeschool Gent te vertegenwoordigen maar om ze tevens een stukje de weg te wijzen. Ik ben vereerd dat ze in me geloven en zal er alles aan doen om daarin te slagen.

Op welke punten moet er dan verandering komen?

Eerst en vooral denk ik dat we de interne werking weer moeten optimaliseren. De stuvers van de verschillende departementen moeten we wakker schudden en hen bij onze werking betrekken. Dat was dit jaar niet het geval. Daarnaast moeten we ook dringend wat doen aan onze bekendheid bij de studenten zelf, want wees nu eerlijk; hoeveel studenten zouden weten dat de HGSR bestaat?! Ook aan onze VVS-werking, de vrouwvriendelijkheid, het informaticabeleid en de ondersteuning aan de departementale studentenraden wil ik iets veranderen. Er is nog héél veel werk en oh zo weinig tijd. (lacht)

Houdt het voorzitterschap van de HGSR dan in dat je FACTOR verlaat?

Ja, toch zeker als voorzitter. Er zal van mij een zekere objectiviteit gevraagd worden, hetgeen ik niet meer dan normaal vind. Ik zal evenwel nog geregeld de FACTOR-vergaderingen bijwonen maar dan wel als geïnteresseerd student. Tenslotte ben en blijf ik van HABE!

Ik zou het geloven! Om af te sluiten; wat vind je zelf je mooiste verwezenlijking als stuver?

Op het departement ongetwijfeld de oprichting van FACTOR, hetgeen natuurlijk een sterk staaltje ploegwerk was. Via deze weg wil ik iedereen daarvoor nog eens van harte bedanken. Wat betreft de hogeschool heb ik er voor gezorgd dat alle HoGent-studenten straks in september  gratis naar Student Kick Off kunnen gaan.  Een gratis dagfestival om het academiejaar mee in te zetten…meer moet dat toch niet zijn?!

Written by korneelwarlop

juni 7, 2007 op 10:21 pm

Geplaatst in BEHA-info

Beha-info: mijn leven naast een margi

without comments

Handelswetenschappen ligt hem blijkbaar; getuige de opeenstapeling van successen in eerste zittijd, maar de vraag wat hij later wil worden, beantwoordt hij door zuchtend de schouders op te halen en te prevelen: “Dat weet ik niet, echt niet. Wat ik wel weet is wat ik nu ben, en dat is een student in Gent. Ik ga doen wat echte studenten moeten doen en dat is feesten, feesten als de beesten…” De jas werd dicht geritst, de Marokkaanse muts op de kruin geschikt, de tanden gepoetst, het geld losjes in de pocket gelanceerd  en… weg was hij. Klaar om te gaan flitsen in de Overpoort. Sindsdien herhaalt dat ritueel zich iedere dag en besef ik: mijn kotgenoot is een margi. Deze rubriek wordt een bloemlezing van mijn belevenissen naast een marginaal.  Een dinsdagavond in oktober. Het academiejaar was nog maar goed en wel begonnen als mijn marginale kotgenoot alweer fel “ingewerkt” was. Iedere avond ging hij uit, dronk hij zich zo scheef als een scherpe driehoek, strompelde hij naar huis en sliep vervolgens tot een gat in de namiddag om gewekt door de lokroep van de pumping music, the chicks and the trix een douche te nemen en zich weer op te maken om zijn ontbijt te gaan verorberen in de Overpoort. Ikzelf kroop die dag voorbeeldig op tijd onder de wol. Morgen zou het een lastige lesdag worden. 3 476 987 schaapjes later beleefde ik andermaal het meest pijnlijke moment op een dag: opstaan. Strompelend slofte ik naar de badkamer, wat verder op de verdieping. Ik zette een streepje stubru op en maakte mijn toilet als dagelijks ritueel. Een laatste blik in de spiegel en klaar was kees. De badkamerdeur klapte reeds achter me dicht toen ik plots merkte dat iemand op de gang lag. Het was x. Blijkbaar was de weg naar zijn bed een onoverbrugbare afstand geworden. Nochtans was het maar drie meter verder. Ik lachte wat ingetogen, bang om hem wakker te maken. Terug op mijn kot schoot ik in mijn kleren, straks kwam ik nog te laat… Bij het afsluiten van mijn kotdeur was er van x geen spoor meer. “Die zal dan toch zijn kribbe gevonden hebben”, dacht ik luidop en zonder omkijken stormde ik de trap af en haastte me naar de les. Toen ik echter na zes uur statistiek, uitgeteld thuis kwam merkte ik dat de kotdeur van x helemaal open stond… hij lag, nog volledig aangekleed, op twee meter van zijn bed op de grond te slapen als een clochard. Mijn bulderende lach die door de kamer donderde, bleek niet in staat om x bij de wakkeren te brengen. De avond vorderde en toen het laatavondjournaal er bijna opzat werd er op mijn deur geklopt. Het was x die me kwam begroeten. “Al wakker?”, zei ik spottend. Een brede grijns verscheen op zijn wollige gezicht. “Ja, ik kom gewoon even goede dag zeggen… kgaan wat blikken gaan drinken in de Overpoort. Amuseer je nog vanavond hé.” Het was woensdag, zijn vaste Decadance-avond. Weg was hij. De lokroep van de techno volgend… Student in Gent. No doubt.

Written by korneelwarlop

april 20, 2007 op 10:57 am

Geplaatst in BEHA-info

BEHA-info: Gender en participatie in de 21ste eeuw

without comments

Studenten Bestuurskunde en Publiek Management zullen dit artikel, wanneer ze de titel ervan zien, zuchtend aanvatten. Het hoeft ook niet te verwonderen: geen twee woorden die zo sporadisch tijdens hun opleiding opduiken als ‘participatie’ en ‘gender’. Een greep uit de actualiteit leert ons echter vlug dat deze twee begrippen het vakjargon al lang ontgroeid zijn en een brede maatschappelijke ingang vonden. Het hoeft geen betoog dat deze evoluties enkel aangemoedigd kunnen worden om het democratisch gehalte van onze samenleving te optimaliseren. Maar hoe zit dat nu eigenlijk met de studentenparticipatie? En zijn al onze bestuursorganen wel even vrouwvriendelijk? Een analyse leert ons dat het er binnen ons departement, en met uitbreiding de hele Hogeschool Gent, niet zo slecht aan toe gaat. Het kan echter beter. Véél beter.

Wat de studentenparticipatie op departementaal niveau betreft kunnen we niet ontevreden zijn: zowel de opleiding HW als BK heeft voor elk studiejaar een jaarverantwoordelijk student, er is een departementale studentenraad (FACTOR) opgericht, er is een vertegenwoordiger die zetelt in de Hogeschool Gent StudentenRaad (HGSR) en er is rechtstreekse vertegenwoordiging van studenten in de opleidingscommissies en in de departementsraad. Op zich lijkt dit natuurlijk fantastisch alleen kunnen we ons de vraag stellen of deze mandaten er ook effectief gekomen zouden zijn indien deze niet door het participatiereglement zouden zijn voorgeschreven. Uit een mondelinge rondvraag bij stuvers van andere departementen blijkt dat ons departement benijd wordt. In veel departementen is er namelijk geen interne communicatie en van de oprichting van participatiecommissies werd amper werk gemaakt. Al klagen we allemaal wel eens, blijkbaar is het op HABE zo slecht nog niet. Integendeel, iedereen van het departement (studenten, docenten, bestuur, administratie…) verdient mijns inziens een pluim voor het reeds geleverde werk. Al moeten we natuurlijk onszelf wel altijd in vraag blijven stellen.

Hoewel op HABE dus vooralsnog geen noemenswaardige problemen opduiken aangaande participatie kunnen we deze democratische oefening in het algemeen allesbehalve geslaagd noemen. Zo is het elk jaar opnieuw overal een huzarenstukje om voor elk mandaat een vrijwillige student te vinden. Hoewel vrijwilligers belangrijk zijn -ze zijn vaak het meest geëngageerd- is het betreurenswaardig te moeten vast te stellen dat sommige aangeduide mandatarissen veelal enkel benoemd werden om aan de wettelijke vereisten te voldoen. De ingewikkelde structuren, de logge werking en de frequentie van vergaderen zal daar wel niet vreemd aan zijn. Het engagement, de uitstraling en vooral de inhoudelijke discussie vervagen hierdoor zienderogen hetgeen de slagkracht van de studentenparticipatie beperkt. De vraag of “meer studenten de facto leidt tot meer studentenparticipatie” is hier dus aan de orde.

Een opsomming van mogelijke oorzaken en remedies zou het bestek van dit artikel ver te boven gaan. Iedereen zou alvast voor zichzelf eens kunnen nagaan waarom hij/zij zo moeilijk te overhalen is om zich voor zo’n nobel doel in te zetten. Het resultaat van deze denkoefening zal dan ook een indicatie zijn van de uitdagingen waarvoor wij allen staan. Ten slotte is het gemakkelijk om deze verworvenheden (want dat zijn ze) in vraag te stellen, veel moeilijker lijkt het om er vormelijk en inhoudelijk mee om te springen.

Wat de verhouding man-vrouw betreft voor bepaalde functies binnen het departement of hogeschool, biedt onderstaand kadertje u een rudimentair overzicht van de situatie (niet aanwezig op blog)

De cijfers komen uit de samenstelling van de raden zoals ze gepubliceerd zijn op de officiële websites. Ongetwijfeld zal dat hier en daar voor vertekeningen zorgen maar de grote tendens is toch duidelijk: hoewel in alle bovenstaande gevallen de functie of het orgaan openstond voor beide sekses is er geen enkele keer van een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen sprake.

Het blijft verbazend om te zien hoe we in de 21ste eeuw dergelijke wantoestanden nog steeds blijven tolereren. Hoewel deze aloude rolpatronen voorbij gestreefd zijn, laat een vertaling van de emancipatie in de betreffende functies/organen duidelijk op zich wachten. Dit hoeft zeker niet geïdentificeerd te worden met de Hogeschool Gent, wel integendeel. Overal in de publieke sector dringt de vraag zich op wat er aan deze historische kromtrekking kan gebeuren. Ter illustratie: in het programma Morgen Beter van 17 januari was ons aller Karen Celis te gast om er mee te debatteren over het glazen plafond in beslissingsorganen, waarbij oa. de vrouwelijke vertegenwoordiging bij de VRT-top aangeklaagd werd.

De situatie is één ding, er iets mee doen een ander. Voor sommigen zal het (onbegrijpelijk) een gevaar inhouden om te streven naar een gelijke verdeling of op z’n minst een hogere vrouwelijke vertegenwoordiging. Zij zien echter niet de opportuniteiten dat een meer gedifferentieerd beleid met zich mee kan brengen. Hoewel het streven naar een betere vrouwelijke representativiteit in bestuursorganen in de lijn ligt van de waarden van de Hogeschool Gent blijven de begrippen gender en diversiteit opvallend afwezig in de “Missie en visie”. Het is dus vaak geen kwaad opzet; met de nodige goodwill kan men al een redelijke stap in de goede richting zetten. Het wordt dus tijd dat iemand daarvoor gaat ijveren.

Zoals iedereen kan zien wordt ook het dagelijks bestuur van FACTOR, de departementale studentenraad, niet gespaard. Met slechts één vrouw op zes behoort ze zelfs tot de slechtste van de klas. Om die reden komt dit punt op de agenda van de volgende vergadering met het oog op het nemen van maatregelen die de representativiteit van onze vrouwelijke studentes bevorderen. Gezien onze sterke performance op het gebied van participatie zou het ook niet onoverkomelijk mogen zijn om met ons departement een goede genderpolitiek te realiseren. Op zijn beurt kan HABE een stichtend voorbeeld zijn voor andere departementen. Niets staat dan nog een algemene actie voor heel de Hogeschool Gent in de weg. Op die manier hoeven we met z’n allen niet steeds weer ons collectieve geheugen te schoppen en kunnen we dromen van modern, kwaliteitsvol, interactief én democratisch hoger onderwijs in de 21ste eeuw!

Korneel Warlop

Voorzitter FACTOR

Written by korneelwarlop

februari 20, 2007 op 1:47 am

Geplaatst in BEHA-info

BEHA-info: Factor is geboren!

without comments

Nu de docenten toch aan het babyboomen zijn, konden wij studenten niet achterblijven. Niet zonder enige trots mag ik, in naam van de leden van de participatiecommissie, een geboorte aankondigen. Op haar installatievergadering dd. 28 november kreeg de participatiecommissie van het departement HABE de roepnaam FACTOR.

In het participatiedecreet, gestemd op 3 maart 2004, werd de oprichting van participatiecommissies wettelijk verankerd en uitgewerkt in het participatiereglement. De Hogeschool Gent diende, voor zover dit nog niet eerder gebeurd was, in elk departement een participatiecommissie -noem het gerust een studentenraad- in het leven te roepen.

De participatiecommissie van het departement HABE heeft tot doel de studenten een platform te bieden waar mogelijke problemen besproken of initiatieven genomen worden om het studentenleven op het departement in een optimale sfeer te laten verlopen. In deze context moet ook onze naam begrepen worden: FACTOR, act for!
Ons actieterrein is moeilijk onder één noemer te vatten. Dat kan gaan van het organiseren van een fuif, het inrichten van een debat tot het geven van advies aan het departement, het evalueren van de aangeboden opleidingen en het formuleren van standpunten in het kader van concrete thema’s die het onderwijs aanbelangen, zoals flexibilisering, diversiteit, levensbeschouwing,…
Om deze doelen te bereiken beoogt FACTOR een nauwe samenwerking met het departementshoofd, de departementssecretaris, de kwaliteitszorgcoördinator, de administratie en de vaste medewerker van de HGSR.

De raad bestaat uit de jaarvertegenwoordigende student(en) van elk studiejaar en de studentenvertegenwoordigers van ons departement in diverse raden (Vb. Sovoreg, Raad van Bestuur, departementsraad,…). De jaarvertegenwoordigende leerkrachten worden eveneens uitgenodigd maar hebben enkel een adviserende rol en hebben dus ook geen stemrecht. Hun aanwezigheid -dat wil ik benadrukken- wordt wel ten zeerste geapprecieerd. Omdat de commissie een vergadering is vóór maar ook dóór studenten, is de vergadering opengesteld voor alle geïnteresseerde en geëngageerde HABE-studenten. De commissie vergadert maandelijks. Ze bestaat uit een Algemene Vergadering (AV) en een Dagelijks Bestuur (DB). In het DB zetelen de voorzitter, de ondervoorzitters, de penningmeester en de secretaris en vergadert maandelijks, vóór de AV. Voorts wordt er voorzien in drie werkgroepen: WG cultuur, WG PR en juridische zaken en WG ICT en website. De leden van de AV zijn vrij om te kiezen in welke werkgroepen ze actief zullen zijn. De werkgroepen staan in nauw contact met de webmasters en met het DB.

Als je de voorbereiding meerekent, werd uiteindelijk al een paar keer vergaderd. Wat mij toen telkens opgevallen is, was het enthousiasme en de gedrevenheid waarmee de aanwezigen uitpakten. Bij velen heerst dan ook een gevoel dat ze voor het eerst echt gehoord worden. Het is de stelligste overtuiging dat er een raad bestaat die niet met loze beloftes, maar met daadwerkelijke slagkracht de belangen van de studenten kan behartigen. Naar mijn bescheiden mening is het bestaan van zo’n raad dan ook gerechtvaardigd.

In dit startjaar zal FACTOR de werking rond drie pijlers bouwen. Ten eerste wordt een heuse startactiviteit op het getouw gezet met de bedoeling de studenten op de hoogte te brengen van het bestaan van onze studentenraad. Dit zal gebeuren onder het mom van een optreden of een receptie bij het begin van het tweede semester.
De tweede bouwsteen is het geven van een input bij de zelfevaluatie van de studierichtingen, zoals beslist op de laatste departementsraad. Als derde en laatste doel stelt FACTOR zich het opzetten van een procedure waarbij de laatstejaarsstudenten eventuele kosten verbonden aan hun thesis, terugbetaald kunnen krijgen.

Wij van FACTOR, als vertegenwoordigd orgaan van de studenten, engageren ons dan ook (en we hopen van jou hetzelfde) om met iedereen binnen het departement in een constructieve sfeer de krachten te bundelen met als doel HABE en HABE-ers naar een (nog) hoger niveau te tillen.

Korneel Warlop, Voorzitter FACTOR

Written by korneelwarlop

december 15, 2006 op 4:47 am

Geplaatst in BEHA-info