Archive for the ‘Gezien’ Category
Gentsche Fieste!
Tussen het verhuizen door maakte ik met graagte nog wat tijd vrij voor de Gentsche Fieste! Zoals elk jaar was ook dit jaar des heren een ware slachtpartij in de Gentse binnenstad. Hoewel ik er maar drie dagen heb op zitten (en een veel te foute generale repetitie op de vrijdagavond) heb ik toch het gevoel dat het welletjes geweest was. Van Spaanse erasmusstudentes, porties chorizo, gratis bicky burgers in de Dulle Friete, zilveren schoenen, kinky riemslagen op achterwerken tot weddingschappen voor het stelen van een lege bak Duvel (zonder leeggoed welliswaar).

Jaja, we waren andermaal geweldig. Dit jaar was onze uitvalsbasis vooral het Duvel Droomschip… een droom van een kater volgde de dag nadien als gevolg. De glazenkast is bijgevuld, het GSM-nummer van het biermeisje is vergeefse moeite. Wat rest zijn herinneringen aan gelach en gekalf. Aan onzachte stoellandingen en het volhouden van “niet zatte” toestanden (cfr. als West-Vlaming volhouden dat je altijd AN spreekt, komt niet echt over. Geef toe.) aan het beklimmen van Sint-Baafs en aan de glooiende golven van ons bootje op de rondtocht van de Lieve en de Leie (mét gratis Duvel uiteraard).

De Gentsche Fieste vanop Sint-Baafs. Gratis torenbeklimming tijdens de feesten.
Op dinsdag rukte onze Moeder (mét hoofdletter) nog eens uit om zich te laven aan de overdaden van de man uit Ertvelde: Eddy Wally. Schitterend! Heerlijk! Attractief! Nooit gedacht dat Eddy écht zo groots was. In ieder geval was de Moeder een trouwe supporter.

Met dé Joos…de uitermate sympathieke praeses van Moeder Latijnse
Diezelfde nacht kon er echter geheel anders uitgezien hebben. Getuige onderstaande gebeurtenis die zich toen voordeed. Maar hé, de show must go on!
Le Corbusier Holiday
In augustus vorig jaar ging ik samen met Pieter Morlion aka Morre naar de tentoonstelling van Le Corbusier in Rotterdam. Omdat we zo onder de indruk waren van Charles-Edouard Jeanneret’s werk, dampten wilde ideëen uit onze schedelpan: een ware reis doorheen la douce France alwaar we ons laten leiden door diverse bouwwerken van de grootmeester. Toen werd dit evenwel anders geventileerd.
En ja hoor, een jaar na datum werden onze plannen al ontvouwd. We huurden een camionette, draaiden enkele waterkratten ondersteboven, legden er een matras op en weg waren we voor een tocht van 2 500 kilometer. (Zo’n 700 km meer dan verwacht).

We zagen achtereenvolgens Chimay/Charleville Mezières/Briey/Vittel/Ronchamp/Bourg-en-Bresse/L’Arbresle/Firminy/Dijon en Epernay. Een zalige tocht, een boeiende ontdekkingsreis doorheen een schitterend land, de gebouwen en het leven van een excellent architect en de warme persoonlijkheid van mijn metgezellen. De reis was zonder bestemming. Het onderweg zijn was de bestemming. De zon achterna, want bijna heel de reis haalde de temperatuur moeiteloos de 25°C. We sliepen in weiden van boeren met schitterende uitzichten en belachelijke pyjama’s. We zongen Disco Lies zodat ons wit gevaarte met een blauwe T als vanzelf aan het rijden ging, Ik sliep met mijn hoofd op bewegende muizen… ge maakt wat mee met Le Corbusier! Eén ding is voor mij na zo’n reis alvast heel duidelijk: we are friends! You’ll never be alone again, come on!!!!!

(Foto: Pieter Morlion. Meer foto’s volgen nog…)
Gezien: La Forza del destino (Verdi)
La Forza del destino (1862/1869) vertelt het verhaal van een onmogelijke liefde, van racisme, dood en wraak in het Spanje en Italië van het midden van de 19de eeuw. Een echte uitdaging voor regisseurs, al was het maar door het grote aantal scènes, de verschillende locaties, de vele onvoorziene wendingen en het feit dat het verhaal zich over meerdere jaren afspeelt.

Verdi creëerde La Forza del destino op vraag van het nagelnieuwe Mariinski-theater in Sint-Petersburg in 1862. Hij wilde echter bepaalde dramaturgische en muzikale aspecten herwerken en maakte een nieuwe versie van het vierde en vijfde bedrijf die hij in 1869 voorstelde in de Scala van Milaan. Het is ook deze tweede versie die wordt gebracht onder leiding van Kazushi Ono.
Voor de verjaardag van mijn moeder nodigde regisseur en vriend aan huis Dirk Tanghe ons uit in De Munt in Brussel om haar te verrassen. En ja hoor, wat was ze in de wolken. Je zou voor minder. We hadden de beste plaatsen, centraal voor de scène en op éénderde van de parterre. Ideaal! De opera zelf was me niet geheel onbekend. Vooral het motief had ik al vaker gehoord. Toch was het voor mij de eerste échte live-kennismaking met opera. De ervaring was heel boeiend, zeker de situationele omstandigheden. Sopranen en baritons die drie uur lang het beste van zichzelf geven, technici die overal zijn maar toch onzichtbaar blijven, het schitterende plafond in De Munt en natuurlijk de muzikanten die verdoken in de orkestbak tevens wereldniveau halen. Fabuleus!

(Het prachtige plafond en de indrukwekkende luster van De Munt)
Live-opera heeft echter ook een bevreemdend iets. Door de zanginspanning is het acteerspel nogal statisch, soms zelfs lachwekkend. Het is echter niet meer dan begrijpbaar. Aan de andere kant vond ik de enscenering héél sober gehouden, soms iets té. Van Dirk zijn we normaalgezien groteske taferelen gewend. Deze bleven nu uit. Ook zijn decorkeuze vond ik soms bedenkelijk. Zo begint de derde akte in een omvergeschoten bos waarbij de korte boomstronken me eerder deden denken aan Les Misèrables. Niet bepaald iets dat je dus verwacht in de opera dus. Toch zaten er stukken van genialiteit in. De sopraan was absoluut om kippenvel van te krijgen en ook de belg José Van Dam leverde een puike prestatie. De slotscène was zonder meer adembenemend.
Het bezoek aan de opera was een echte voltreffer. Het benadert het dichtst meegenomen worden in een droom waaruit je na drie uur prachtige muziek ontwaakt. Een ervaring waarvan ik hoop dat het niet bij één keer zal blijven.
Gezien: Creatures/performance zonder gezicht
Voor mijn zus, Miet, was het vrijdag een hoogdag. Haar test, Creatures zonder gezicht, ging namelijk in première tijdens Fresh #3 te Kortrijk; een woordloos festival waarbij een aantal jonge kunstenaars vooral vertrekken van de puurheid van hun materiaal.
Op de site van het Buda is het volgende te lezen:
Creatures is het eerste deel van een tweeledig project. Dit deel zoomt in op een ‘personage’ dat alles wat het in zich draagt naar buiten heeft gestoten. We zien een schepsel in constante metamorfose. Die gedaanteverwisselingen refereren aan andere, grotere dingen (of plaatsen). Of gewoon aan schoonheid. Telkens opnieuw betreedt het wezen de ruimte en probeert de gewoonste dingen te doen, daarbij vooral gehinderd door zichzelf.

Uiteraard was ik een aandachtig toeschouwer en heb ik enorm genoten van deze nieuwe creatie. Nuja, misschien ben ik er te subjectief bij betrokken… vele zaken kan ik namelijk herkennen vanuit mijn jeugd. Nu goed, het publiek heeft ervan genoten, de commentaren zaten snor en Miezje straalde als een blanke diamant. Het was genieten, net als het vervolg van de avond op café in Heule.
Gezien: Dit is onze geschiedenis
Van een Europa in puin in 1945 tot de uitdagingen waar Europa vandaag voor staat, zal de bezoeker de Geschiedenis met grote G en zijn eigen, individuele geschiedenis ontdekken. De tentoonstelling laat zien dat we allen helden zijn in het ongelooflijke avontuur van de Europese eenmaking.
Alle middelen van de hedendaagse museologie worden ingezet: decors, film, multimedia en interactieve elementen spinnen een parcours uit met een bijzondere aandacht voor authentieke objecten. Een 80-tal musea uit alle Europese lidstaten brengen 500 unieke stukken samen.
Het kleedje van een klein meisje gemaakt uit de stof van de vlaggen van de gaeallieerden, de eerste staaf metaal gesmolten in het kader van de EGKS, een zak kolen die tijdens de Berlijnse luchtbrug in West-Berlijn werd gedropt, het geïllustreerd dagboek uit 1956 van een Hongaars jongetje in volle Hongaarse revolutie, het logboek van een Engelse soldaat die zijn Suez-avontuur neerpende, stukken van het Ijzeren Gordijn en van de Berlijnse Muur, een geurpot van de Stasi, objecten uit het dagelijks leven: allemaal pakkende getuigenissen die het Europese avontuur van de laatste halve eeuw tot leven brengen.
De tentoonstelling biedt met andere woorden een totaalbeeld van de Europese eenmaking. Boeiend hierbij is natuurlijk de focus op de tijdgeest, de context, die in niet onbelangrijke wijze het verloop van de Europese vormgeving beïnvloedde. Om die reden vond ik de expo dan ook een zeer geslaagd initiatief. Anderzijds had ik vaak het gevoel wat op mijn honger te blijven zitten. Mensen die op zoek zijn naar een louter politiek verhaal, die zijn er aan voor de moeite. Het thema wordt wel belicht maar, althans bij ons, werd daar door de gids geen groot belang aan gehecht. Meteen ook het minpunt van ons bezoek; de gids. Mij kan het persoonlijke leven van dat mens me niet schelen. Ik kom naar een tentoonstelling, niet naar een klaagmuur. Een spijtige zaak dat dergelijke erbarmelijke rondleidingen gegeven worden in één van de grootst opgezette tentoonstellingen die ik ooit bezocht. Absoluut een aanrader, maar doe het niet geleid!
Gezien: Cherchez la femme
In de fototentoonstelling “Cherchez la femme/Zoek de vrouw” overschouwt het universiteitsarchief de evolutie van de ‘vrouwelijke’ aanwezigheid aan de UGent. In een fascinerende beeldenreeks zie je de maatschappelijke verhoudingen veranderen van de eerste inschrijving door een studente in 1882 tot de huidige tijd waarin vrouwen de meerderheid van de studentenpopulatie uitmaken (sinds 1997). Op de tentoonstelling wordt ook de nieuwe publicatie in de reeks ‘Uit het verleden van de Universiteit Gent’ voorgesteld. Ook hier staat de genderproblematiek centraal want het nummer handelt over de academische carrière van de Gentse promovendae.
Ik bezocht de tentoonstelling zo’n twee weken geleden en het moet gezegd: het is het zien waard. Wanneer de duizenden ogen van illustere voorgangers op de diplomeringsfoto’s je aanstaren, dan overheerst een traditioneel gevoel je heel sterk. Een hang naar conservatisme, naar de goeden ouwe tijd… Helaas; ook deze tijd was niet zo ideaal zoals ze al te vaak voorgesteld wordt. De positie van de vrouw in de academische wereld was verre van ideaal. De tentoonstelling biedt dan ook een mooi overzicht op de genderevolutie van de voorbije eeuw. Wie in de buurt van de Rozier is…spring zeker eens binnen! Het is niet tijdrovend en een bezoekje meer dan waard!
Gezien: British Vision
Om het nieuwe jaar goed in te zetten, kregen alle personeelsleden en ondersteunende diensten van het departement HABE een uitnodiging om in de laatste week van de (her)openingstentoonstelling van het MSK, British Vision, deze expositie te gaan bekijken. Ook uw dienaar was met z’n trouwe medewerker van de partij. We kregen een gids ter beschikking om de 14 zalen veilig en wel door te komen. Met het oog op de aansluitende receptie in de Plantentuin lukte dit alvast vrij aardig. Ik wilde deze tentoonstelling al lang eens aandoen. Niet zozeer omdat ik een fan ben van deze kunstvorm maar wél om het gerestaureerde gebouw te zien. Architectuur interesseert me namelijk meer dan schilderkunst. Het moet gezegd: het is een prachtig gebouw met heel mooie, open ruimtes. Een plezier om in rond te wandelen…ook al is de kunst die er hangt niet meteen je ding. Het is niet voor niets dat het SMAK tegenover het MSK ligt…
Hieronder kan u lezen wat de site van het MSK zegt over de tentoonstelling:
British Vision’ is een overzicht van twee eeuwen Britse kunst waarin alle grote namen vertegenwoordigd zijn: zoals William Hogarth, Thomas Gainsborough, George Stubbs, William Blake, John Constable, Joseph Mallord William Turner, Dante Gabriel Rossetti, Edward Burne-Jones, Stanley Spencer, Graham Sutherland, Francis Bacon, Lucian Freud.
Het is decennia geleden dat buiten het Verenigd Koninkrijk een grote overzichtstentoon-
stelling van Britse kunst te zien is geweest. ‘British Vision’ is daarom niet alleen voor België, maar voor heel Europa een primeur. De tentoonstelling brengt meer dan driehonderd werken samen uit openbare collecties en privé-verzamelingen in Groot-Brittannië, aangevuld met bruiklenen uit Europese en Amerikaanse musea.
De selectie omvat schilderijen, beelden, tekeningen, aquarellen, foto’s, boeken en prenten. Deze werken illustreren twee eigenschappen die de Britse kunst kenmerken in de periode 1750-1950: een uitgesproken talent voor observatie van de dagelijkse werkelijkheid en het landschap enerzijds en een fascinatie voor het visionaire anderzijds.
Met ‘British Vision’ wordt de heropening gevierd van het gerenoveerde Museum voor Schone Kunsten. De tentoonstelling komt precies tien jaar na ‘Parijs-Brussel/Brussel-Parijs’ dat het Gentse museum organiseerde in samenwerking met het Parijse Musée d’Orsay. ‘British Vision’ zal zeker dezelfde weerklank krijgen als deze succesrijke tentoonstelling uit 1997.
Voor het Europese publiek is ‘British Vision’ een langverwachte gelegenheid om de Britse kunst beter te leren kennen en de nieuwe museumzalen vormen voor deze tentoonstelling het ideale kader. Het getoonde overzicht omvat topstukken uit de Britse kunstgeschiedenis. Door de originele benadering en de sterke focus zal ‘British Vision’ niet alleen het grote publiek, maar ook de kenner weten te bekoren.
Gezien: Paul McCarthy – Head Shop/Shop Head
Paul McCarthy wordt beschouwd als een van de belangrijkste levende kunstenaars. Met zijn directe en confronterende aanpak is hij bijzonder invloedrijk voor een jonge generatie kunstenaars. Sinds eind jaren 1960 is hij actief in uiteenlopende media, maar het is pas sinds het vorige decennium dat zijn werk bekend werd bij een breder kunstpubliek.
Gedurende de voorbije jaren heeft de kunstenaar een aantal grootschalige werken gecreëerd, die in Europa uitvoerig te zien waren. Head Shop/Shop Head plaatst een aantal van die recentere werken in de bredere context van McCarthy’s oeuvre, waardoor het een ruimer en dieper perspectief schept op deze complexe en uitdagende kunstenaar. In samenwerking met het Moderna Museet te Stockholm en ARoS te Aarhus presenteert het S.M.A.K. de eerste retrospectieve tentoonstelling die de volle 40 jaar van McCarthy’s kunstproductie overspant. En speciaal voor de tentoonstelling in Gent heeft Paul McCarthy nieuw werk gecreëerd.
Paul McCarthy schetst een ondubbelzinnig beeld van de ‘Western way of life’. Dat slaat zowel op een globaal ‘Westen’ – de westerse wereld – als op de meer specifieke context van de Amerikaanse Westkust, of nog exacter gespeld: Hollywood. Volgende typering windt er geen doekjes om: “Paul McCarthy is vies en voos, seksueel verknipt en houdt van ketchup.”
Hoewel McCarthy installaties, sculpturen, tekeningen en video’s maakt, is hij in wezen een performancekunstenaar. Hij brak door op het moment dat hij zijn performances met verschillende camera’s ging vastleggen en als video’s tentoonstelde. McCarthy is een kunstenaar die grenzen niet verlegt, maar er ver overheen gaat. Tegenover het modernistische streven naar reductie en puurheid, plaatst hij een barokke stroom van beelden, die niettemin altijd een verbazende consistentie en kwaliteit behoudt.
Zijn werk herbergt een wonderlijke tegenstelling: enerzijds een anarchistische en heftige vorm, anderzijds een formele, intellectuele inhoud. Met zijn gerichte mokerslagen roept McCarthy’s werk een mengeling van angst, walging en schaterlachen op. Zijn werk vormt een pregnante neerslag van ontwikkelingen die in de westerse maatschappij spelen. Het legt de onderbuik van die maatschappij genadeloos bloot.
In augustus ging ik naar Antwerpen om er enkele tentoonstellingen te gaan bezien. Op mijn verlanglijstje stond toen ook de tentoonstelling van McCarthy in het Middelheimmuseum. Toen ging het om opblaasbare reuzensculpturen in het gelijknamige Middelheimpark. Helaas ben er toen niet geraakt… Hetgeen ik gisteren (in goed gezelschap) in het SMAK aantrof was McCarthy’s overzichttentoonstelling. Zijn werk was voor mij onbekend maar dat zou slechts een zucht van tijd zijn. De gewelddadigheid bij de entree van het SMAK; bloederige taferelen, krijsende vrouwen, trollen, rondborstige operadiva’s… Als bezoeker wordt je écht gedegouteerd en net daar grijpt Paul je voor de eerste in de ballen. Een gevoel van walging blijft je eigenlijk gedurende het hele bezoek achtervolgen… Eens dat besef er is weet je: McCarthy is er erin geslaagd om ons te misleiden en groeit het besef dat je eigenlijk een afkeer creëert tegen onze huidige maatschappij. Een krachtig signaal in een heftig kader.
Gezien: Milk Inc Supersized II
Er zijn bepaalde uitwasemen van onze maatschappij waarvan het niet heel duidelijk is waar ze vandaan komen. Milk Inc is daar zeker een voorbeeld van. Wie heeft nog nooit eens uit volle borst een Regi-song in het al leeglopende café gebruld? Uw dienaar alvast wel. Bewustzijnde van deze marginale attitude is dit dan ook gepermiteerd. De teksten van Milk Inc zijn inhoudloos, de muziek waardeloos, de looks ronduit vulgair en het publiek van een wel héél divers allooi. Gelukkig kan de blonde limburger terugvallen op geslaagde beats. En die Linda? Ja, daar is eigenlijk niets over te zeggen. Dat moet je zien om te geloven.
Het optreden in het Sportpaleis was dan ook best amusant: Marginale t-shirts, veel te veel bier, zes schorre stembanden… Toch was het ronduit frappant dat het optreden zelf eigenlijk maar een heel kleine twee uur duurde, drie vierde van de nummers niet die van hen waren en dat ze megahits als “Walk on water” niet eens door de boxen jaagden, ze alle twee geen toon kunnen vasthouden. Een groot deel van de show was accoustisch gebracht en dat was geen goed idee. Waarom dingen doen waar je niet goed in bent?
Kortom, een amusant maar beschamende avond!
Gezien: Luc Tuymans-I don’t get it
Een namiddagje Antwerpen bracht me tot bij het Muhka en het fotomuseum. Die eerste bleek me wat tegen te vallen. De collectie vond ik, ondanks het feit dat ze hun jubileumjaar vieren, niet echt aanspreken. Het fotografiemuseum daarentegen is een echte aanrader. Zo was er een expositie van Hélène Robbe. Een Belgische die (oa.) in Mexico antropologie studeerde en die daardoor inspiratie opdeed voor haar Mexicaans Dagboek. De expo bevat vier reeksen beelden. Het is een intieme visie van Mexico! (deze expo loopt nog tot 9 september).
Ook de collectiepresentatie van Agfa Gevaert bevolken het fotomuseum evenals de artistieke reisfoto’s van koning Leopold III en de prachtige foto’s van Herman Selleslags (een echte aanrader)!
Top of the bill is natuurlijk de tentoonstelling I don’t get it van de belg Luc Tuymans. De tentoonstelling brengt voor de eerste maal zo’n grote selecties van edities, film, foto’s van muurschilderingen, polaroids en documentair materiaal samen. De nadruk ligt op het ontwikkelingsproces van beelden van een kunstenaar die werkt op de grens van afwezigheid/aanwezigheid (van herkenning, collectief bewustzijn…).

Luc Tuymans kende ik vooral bij naam. Zijn oeuvre was mij vooralsnog onbekend. De expo was voor een leek als ik goed toegankelijk. Je wordt als het ware ingeleid in het werk van Tuymans. Dat maakt deze tentoonstelling zeker het moeite waard. Vooral zijn uitleg over het tot stand komen van zijn beelden zijn héél verrijkend. Ontegensprekelijk internationale klasse maar door sommige histerische artlovers toch ook wel overroepen. Alweer een cliché ontkracht.
Voor meer info over het Muhka en het fotografiemuseum kan je steeds terugvinden op hun sites. Zeker een bezoekje waard.
