Pers: Een scheet in een netzak

leave a comment »

Het federale parlement kijkt al een jaar werkloos toe. De maatschappelijke devaluatie van het parlementslid zet zich onverminderd voort.

‘Ik vind dat heel wat politieke journalisten vandaag zowel intellectueel als inzake politieke feeling op een hoger niveau staan dan vele politici.’ De uitspraak van Hugo De Ridder, deze week in Humo, kan tellen. De gelauwerde Wetstraat-journalist ergert zich dood aan het gebrek aan daadkracht bij de jongste garde van politici. Die laat zich tegenwoordig alles welgevallen. Op geen enkel moment schreeuwen ze hun ergernis over de woekerende politieke impasse uit.

‘De minimis non curat praetor,’ vertelde minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) afgelopen donderdag tijdens de plenaire zitting van de Kamer. Wie tegenwoordig in het federale parlement rondloopt, raakt overtuigd van het tegendeel. Enkel kleine probleempjes houden parlementsleden tegenwoordig bezig. Allen putten ze inspiratie uit de waan van de dag, gevoed door de nodige krantenartikels. Op geen enkel ogenblik wordt de kern van de zaak aangekaart.

Een blik op de parlementaire agenda van de afgelopen week verwekt enkel verbazing. Tegenwoordig presteren de vertegenwoordigers van het volk niet beter dan het navertellen van hun dagdagelijkse lectuur. Ministers verliezen hun tijd met het beantwoorden van ellenlange lijsten van vragen. Discussies over fundamentele keuzes in de samenleving zijn voltooid verleden tijd. Alleen Vlaams Belang doet nog de moeite om af en toe eens een interpellatie – waarbij het vertrouwen in een minister op het spel staat – in elkaar te boksen. Andere partijen wentelen zich in lethargie.

Het aantal wetsvoorstellen dat de eindmeet haalt, is op één hand te tellen. Regeringsontwerpen zijn er helemaal niet. Als het goed zit, krijgen de parlementsleden op 20 maart de sociaaleconomische begroting voor 2008 voor de kiezen. Bijna een jaar na haar installatie kan de Kamer vervolgens eindelijk een van haar kerntaken opnemen: het bespreken en goedkeuren van de begroting van een land.

Er bestaat geen enkel wervelend bedrijf ter wereld waar ambitieuze nieuwkomers gedurende een jaar gewoon hun mond houden. In de Belgische Kamer lijkt dat de normaalste zaak. Iedere week vergast het VRT-programma Villa politica ons op een blik op het mierengeneuk. De kamerleden glimmen als ze gedurende dertig seconden op kosten van de belastingbetaler de huiskamer worden ingeblazen. Maar hun woorden zijn niet meer dan scheten in een netzak.

Natuurlijk leven we in buitengewone tijden. Pas na 200 dagen slaagde Guy Verhofstadt (Open VLD) er eind december in om een interim-regering op de been te brengen. Het blijft wachten op Pasen vooraleer een definitief kabinet onder leiding van Yves Leterme (CD&V) aan de slag kan. Maar op geen enkel moment vonden parlementsleden het nodig om zich te roeren. Nooit gaven ze het signaal dat de regeringsonderhandelingen dringend resultaten moesten opleveren. Voor hen is het business as usual.

Het parlement moet wetten maken en de regering controleren. Wetten maken kunnen parlementsleden als de beste. Pleidooien om eindelijk die wettendiarree te stoppen, halen niets uit. Voortdurend ontwaren de volksvertegenwoordigers gevaren in allerlei, soms onschuldige, maatschappelijke trends. Die bezorgdheid moet dan meteen worden omgezet in verbodsmaatregelen.

Maar het controleren van de uitvoerende macht is wat te veel gevraagd. Dat lijkt te delicaat. Iedereen wil minister worden, iedereen wil deel uitmaken van het systeem. En dan tilt niemand aan het uitlekken van een nota waarin een advocaat, tevens getrouwd met een PS-minister, etaleert dat hij goed geïntroduceerd is in ministeriële kabinetten. Alweer neemt alleen Vlaams Belang zijn verantwoordelijkheid door de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie te eisen. De andere partijen kijken gegeneerd de andere kant uit. Nauwelijks acht maanden geleden voerde de N-VA campagne tegen de greep van de PS op de Belgische samenleving. Haar stilzwijgen verraadt een schrijnende medeplichtigheid.

Uiteindelijk delft het parlement het eigen graf. Mensen met wat talent worden vroeg of laat geroepen tot het ministerschap. Intelligente politici die het spel niet willen meespelen, geven er vervroegd de brui aan of vervallen in een onderhoudend cynisme. Het kransje politici dat echt gegeerd wordt door praatprogramma’s op televisie slinkt zienderogen. Eindredacteurs zitten met de handen in het haar omdat de politiek steeds minder karakters oplevert die televisiekijkers kunnen boeien. De backbenchers maken hun tijd vol en klagen over de onrechtvaardige en grillige kiezers die slechts hun carrière bemoeilijken.

Koning, parlement en gerecht vormen de hoekstenen van de Belgische staat. Het doorbreken van het colloque singulier verzinnebeeldde de jongste weken de verdampende autoriteit van de koning. Albert was slechts de speelbal van oranje-blauwe partijleiders. Het parlement gaat helemaal dezelfde weg op.

Blijft het gerecht over. Een burger mag dan niet te lang stilstaan bij de rechter die de afgelopen week de smogborden, die de snelheid beperken tot 90 kilometer per uur, buiten de wet plaatste. Wie gaat slapen met het idee dat alle rechters van dat slag zijn, doet geen oog meer dicht.

Bart Brinckman

(Bron: De Standaard)

Written by korneelwarlop

februari 24, 2008 bij 4:56 pm

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: